**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestingsvergunning voor woonruimte in aanmerking:
meerderjarig woningzoekenden met een inkomen tot de DAEB-norm voor woonruimte genoemd onder artikel 2.1.1, eerste lid onder a en c;
meerderjarig woningzoekenden met een urgentie en een inkomen tot de inkomensgrens voor middeninkomens voor woonruimte genoemd onder artikel 2.1.1, eerste lid onder a;
meerderjarig woningzoekenden met een stadvernieuwingsurgentie en een inkomen tot aan 1,5 maal de DAEB-norm voor woonruimte genoemd onder artikel 2.1.1, eerste lid onder a;
meerderjarig woningzoekenden met een inkomen tot de inkomensgrens voor middeninkomens voor woonruimte genoemd onder artikel 2.1.1, eerste lid onder b. en c.;
meerderjarig woningzoekenden met een inkomen tot aan 1,5 maal de DAEB-norm voor woonruimte genoemd onder artikel 2.1.1, eerste lid onder d.
**2..** De inkomensgrenzen, bedoeld in het eerste lid onder b, c, en f worden jaarlijks per 1 januari aangepast op dezelfde wijze als de aanpassing door de minister van de huurprijsgrens van de doelgroep.
**3..** Burgemeester en wethouders indexeren jaarlijks per 1 januari de inkomensgrens, bedoeld in het eerste lid onder e en f, op basis van de CPI alle huishoudens jaar- op- jaarmethode.
HOOFDSTUK 2. › § 2.1.
Artikel 2.1.2.
Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2022