Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › § 2.3.

Artikel 2.3.5.

Voorrang bij urgentie – wettelijke groepen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2022

1.. Tot de woningzoekenden bedoeld in artikel 2.3.4., derde lid behoort de woningzoekende uit artikel 12, derde lid van de wet: die verblijft in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband problemen van relationele aard of geweld zijn woonruimte heeft verlaten; die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, verleent of ontvangt en voldoet aan de volgende voorwaarden: de zorg wordt voor meer dan 8 uur per week geleverd en duurt langer dan 3 maanden; de mantelzorgrelatie kan worden aangetoond met een verklaring van bijvoorbeeld een huisarts, wijkverpleegkundige of een andere sociaal-medische adviseur; er zijn voor de mantelzorgontvanger en mantelzorger geen voorliggende voorzieningen waarmee de noodzaak tot verhuizen vervalt; het woonprobleem kan niet worden opgelost door bijvoorbeeld: woningruil, doorstroming via een corporatie, huren in de vrije sector bij een hoger inkomen; de huurder zegt bij toewijzing van de nieuwe huurwoning de huurwoning die wordt achtergelaten op; de mantelzorgontvanger is voor zijn participatie en zelfredzaamheid afhankelijk van de mantelzorger; de mantelzorgontvanger of de mantelzorgverlener is woonachtig binnen Zuid-Kennemerland; de afstand tussen de woning van de mantelzorgontvanger en de mantelzorgverlener is groter dan wat reëel en haalbaar is om adequate mantelzorg te kunnen verlenen. 2.. Tot de woningzoekenden bedoeld in artikel 2.3.4, derde lid behoort tevens de vergunninghouder die gelet op de in artikel 28 van de wet genoemde taakstelling gehuisvest moet worden. 3.. In afwijking van artikel 2.3.4, lid 8 krijgen vergunninghouders zoals genoemd in artikel 28 van de wet een aanbieding voor passende woonruimte. De urgentie is geldig tot het moment dat er een passend aanbod is gedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel