Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3. › § 3.1.

Artikel 3.1.5.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2022

1. . Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als: naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, omzetting of woningvorming gediende belang; het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, of de onder a en b genoemde belangen niet voldoende kunnen worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; het gebouw waarop een aanvraag voor woningvormen of omzetten betrekking heeft ligt in het gebied waar conform bijlage 1 woningvormen of omzetten niet is toegestaan; de aanvraag voor woningvormen zou leiden tot woningen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 50 m2 GBO; de aanvraag voor woningvormen zou leiden tot woningen waarvan niet tenminste één woning 80m2 GBO of groter is; vergunningverlening zou leiden tot strijd met de voorschriften uit het bouwbesluit; vergunningverlening zou leiden tot strijd met het bestemmingsplan en/of indien niet vergunningsvrij, geen onherroepelijke omgevingsvergunning voor bouwkundig splitsen is verleend. 2. . Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt geweigerd als: de aanvraag een woonruimte betreft met een oorspronkelijke grootte tot 140 m2 GBO (eengezinswoning) de aanvraag een woonruimte betreft met een oorspronkelijke grootte tot 100 m2 GBO (appartement)

Rechtspraak bij dit artikel