Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Melding

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning

Zodra een inwoner het Lokaal Team benaderd, wordt er telefonisch door het Lokaal Team een eerste vraagverkenning gedaan. Deze uitvraag heeft als doel om de inwoner de ruimte te bieden zijn verhaal te delen en een goede inschatting te maken van zijn situatie. In dit gesprek ontvangt de inwoner informatie over algemene en voorliggende voorzieningen en hoe hij hier gebruik van kan maken. In dit gesprek wordt de inwoner ook goed geïnformeerd over het vervolg van het proces. Soms blijkt na deze eerste vraagverkenning dat informatie en advies voldoende is als antwoord op zijn ondersteuningsvraag. Wanneer voor de vraag op het gebied van de Jeugdwet of Wmo verdere verdieping nodig blijkt te zijn, wordt de vraag als melding geregistreerd. De melding geldt als een aanvraag Jeugdhulp of als melding van een hulpvraag Wmo. De melding van een ondersteuningsvraag kan door een inwoner gedaan worden, maar ook door de vertegenwoordiger van deze inwoner. Dit is bijvoorbeeld een wettelijk vertegenwoordiger, mantelzorger, familielid of iemand anders uit het sociale netwerk van de inwoner. Er is wel altijd toestemming nodig van de inwoner. En in het geval van jeugdigen van ouder(s)/verzorger(s) met gezag. De melding is vormvrij. Iemand kan een hulpvraag schriftelijk, digitaal, telefonisch of aan de balie melden. Een aanvraag jeugd moet schriftelijk of digitaal (met geschreven woorden) worden ingediend. De melding wordt vervolgens schriftelijk of digitaal aan de inwoner bevestigd. In de ontvangstbevestiging wordt de vervolgprocedure beschreven, de inwoner geattendeerd op diens rechten en plichten en de mogelijkheid om gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. Ook wordt vermeld dat de inwoner uiterlijk zeven dagen na de melding een persoonlijk plan of familiegroepsplan kan indienen. In het persoonlijk plan omschrijft de inwoner zijn ondersteuningsvraag en hoe deze volgens hem kan worden opgelost. Een persoonlijk plan is vormvrij. Een maatwerkvoorziening jeugdhulp of Wmo wordt niet met terugwerkende kracht toegekend. Dit betekent dat wanneer een inwoner de ondersteuning reeds vóór de melding heeft gestart of heeft aangeschaft, er geen vergoeding van die ondersteuning meer mogelijk is op grond van de Jeugdwet of de Wmo. De inwoner heeft het probleem of de ondersteuningsvraag dan immers zelf al opgelost. Als de inwoner zelf al hulp heeft ingezet, maar er is nog wel sprake van een hulpvraag, dan onderzoekt het Lokaal Team of deze hulp inderdaad passend is. Het Lokaal Team zal dan de noodzakelijke hulp vergoeden/inzetten vanaf het moment dat de inwoner zich bij het Lokaal Team heeft gemeld. 2.1.1 Verlenging Wanneer een inwoner een verlenging van een lopende indicatie aanvraagt, moet hiervoor een formulier worden ingevuld, beschikbaar gesteld door het Lokaal Team. Deze kan zowel worden ingevuld door de inwoner als door een zorgaanbieder. In beide gevallen moet het formulier ondertekend worden door de inwoner, in het geval van een jeugdige vanaf 12 jaar ook door de jeugdige zelf. In het formulier wordt in elk geval beschreven: hoe er de afgelopen periode aan de hulpverleningsdoelen is gewerkt en wat er is bereikt; wat de reden is voor aanvraag van verlenging; aan welke doelen er de komende periode gewerkt zal worden; welke hulp er wordt aangevraagd; hoeveel hulp er wordt aangevraagd. Deze vragen zijn bedoeld als een vorm van evaluatie op de ingezette hulp. Mede op basis hiervan kan bepaald worden of voortzetting van de huidige ondersteuning passend is. 2.1.2 Spoed Soms is er sprake van een spoedeisende situatie waarin snel een maatwerkvoorziening nodig is. Dan kan het Lokaal Team een maatwerkvoorziening inzetten, voordat het onderzoek naar de situatie is afgerond. Er hoeft dan niet gewacht te worden op een ondertekende aanvraag. In spoedeisende gevallen, wordt er zo snel als mogelijk een passende tijdelijke maatwerkvoorziening ingezet. Onder spoed wordt een onverwachte situatie verstaan, waarbij ernstigere problemen voorkomen dienen te worden. Voorbeelden hiervan zijn: acute ernstige onveiligheid als gevolg van huiselijk geweld, mishandeling en/of verwaarlozing; acute situatie door fysieke aandoening, zoals; een huisuitzetting of een uithuisplaatsing van een jeugdige inwoner. Een verzoek om het schoonmaken van de woning of het lokaal verplaatsen zien wij niet als spoed.

Rechtspraak bij dit artikel