Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

De hulpvraagprocedure

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Altena 2022

JEUGDWET |WMO |PW |IOAW |IOAZ |WGS | WKO | AWB |WI 2.4.1Procedure triage JEUGDWET |WMO |PW |IOAW |IOAZ |WGS |WI Na de melding neemt de gemeente de hulpvraag van de inwoner in behandeling. De gemeente bevestigt de melding binnen 3 dagen per brief of e-mail aan de inwoner. Ook geeft de gemeente informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen door een onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner) en de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen waarin de inwoner uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is en wat hij wil bereiken met zijn vraag (persoonlijk plan). 2.4.2Stap 1: gegevensverzameling en het gesprek na de melding JEUGDWET |WMO |PW |IOAW |IOAZ |WGS |WI 2.4.2.1gegevens De gemeente verzamelt alle gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het gesprek. Als het gaat om gegevens die de gemeente niet zelf kan inzien of verkrijgen, dan vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens binnen 2 weken te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek wordt duidelijk gemaakt welke gegevens dat zijn en welke termijn er geldt. 2.4.2.2uitnodiging voor gesprek Een inwoner die zich heeft gemeld bij de gemeente, en waarbij de hulpvraag niet direct is opgelost in het eerste contact, krijgt een uitnodiging voor een gesprek met een medewerker van de gemeente. In die uitnodiging maakt de gemeente duidelijk waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan. Het gesprek kan telefonisch plaatsvinden als dat voldoende is. 2.4.2.3doel en procedure gesprek Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, het effect dat de inwoner wil bereiken en van zijn persoonlijke situatie. Het gesprek vindt plaats binnen twee weken dagen na de melding. Indien deze termijn niet haalbaar blijkt, informeert de gemeente de inwoner hierover. Bij de start van het gesprek identificeert de inwoner. Bij een fysiek gesprek gebeurt dit met een geldig identiteitsbewijs. Als de inwoner een persoonlijk plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als de inwoner dat wil, vindt de gemeente het gewenst als hij iemand (bijvoorbeeld een familielid) vraagt om bij het gesprek aanwezig te zijn. In sommige situaties zijn meerdere gesprekken nodig om het doel te bereiken. 2.4.2.4inhoud gesprek De medewerker bespreekt met de inwoner de hulpvraag en welk effect hij wil bereiken. In het gesprek onderzoekt de medewerker: de behoefte van de inwoner: wat is er nodig? de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect? Ook wordt gevraagd of een inwoner financieel in staat is om zelf de hulpvraag op te lossen. de (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem? de omgeving van de inwoner: welke hulp kan het sociaal netwerk of kunnen organisaties bieden? de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de inwoner indien relevant hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de inwoner en zijn gezin. De medewerker informeert de inwoner over de mogelijkheden van de gemeente om de persoonlijke situatie van de inwoner te verbeteren. Ook informeert de medewerker de inwoner over de mogelijkheden die er zijn om in bepaalde gevallen te kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). De medewerker betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag. De medewerker informeert de inwoner ook over de eventuele bijdrage in de kosten die de inwoner moet betalen. 2.4.3Stap 2: het onderzoek JEUGDWET |WMO |PW |IOAW |IOAZ |WGS |WI Bij het uitvoeren van het onderzoek betrekt de gemeente, naast het gesprek, alle gegevens die van belang zijn. Het gaat onder meer om gegevens over: de behoeften van de inwoner; de (on)mogelijkheden van de inwoner; de persoonlijke situatie van de inwoner; de mogelijkheden van het sociaal netwerk, andere organisaties en de gemeente. Om te bepalen of de gemeente hulp verleent, volgt de gemeente in principe de volgende stappen: Stap 1: De gemeente stelt eerst vast wat de hulpvraag van de inwoner is. Stap 2: De gemeente stelt hierna vast welke problemen, beperkingen en stoornissen er precies zijn. Stap 3: De gemeente bepaalt welke hulp nodig is en hoe veel. Stap 4: De gemeente onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen kracht), al dan niet met gebruikelijke hulp, met hulp van anderen uit het sociaal netwerk of van andere organisaties, of met andere voorzieningen. Stap 5: De gemeente bepaalt welke aanvullende hulp nodig is om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken. 2.4.4Stap 3: het verslag JEUGDWET |WMO |PW |IOAW |IOAZ |WGS |WI Binnen 5 werkdagen na het laatste gesprek stuurt de medewerker de inwoner een verslag van de uitkomsten van het onderzoek, inclusief het gesprek/de gesprekken, naar de hulpvraag en naar de persoonlijke situatie van de inwoner. Als de medewerker meer informatie nodig heeft voor het verslag, waardoor het verslag niet binnen de hiervoor genoemde termijn kan worden toegestuurd, dan wordt de inwoner hierover schriftelijk, of per e-mail geïnformeerd. Uit het verslag blijkt welk effect de inwoner wil bereiken en hoe dat kan worden gerealiseerd (het ondersteuningsplan). Daarbij wordt gekeken naar de korte en naar de lange termijn. De inwoner ondertekent het verslag en stuurt dit binnen 5 werkdagen naar de gemeente. Als de inwoner het niet eens is met het verslag, kan hij dat daarop aangeven en het voor gezien ondertekenen. Als de inwoner hulp-op-maat van de gemeente wil ontvangen, kan hij dit aangeven op het ondertekende verslag. De gemeente ziet het verslag dan als een aanvraag, met uitzondering voor aanvragen voor hulp op grond van PW, IOAW en IOAZ. 2.4.5Stap 4: de aanvraag JEUGDWET | WMO | PW | IOAW | IOAZ | WGS | WKO | AWB |WI 2.4.5.1aanvraag Na de melding en het gesprek met een medewerker van de gemeente, kan de inwoner een aanvraag indienen volgens de regels die daarvoor gelden. Het door de inwoner ondertekende verslag uit stap 2 dient als aanvraag, met uitzondering van aanvragen voor hulp op grond van PW, IOAW en IOAZ . Deze aanvraag wordt schriftelijk ingediend. Het doel van de aanvraag is te bepalen of de gemeente hulp gaat verlenen en welke vorm die hulp dan heeft. Dit oordeel wordt gebaseerd op de uitkomsten uit het onderzoek in stap 3. 2.4.5.2aanvraag voor hulp-op-maat Vraagt de inwoner hulp-op-maat, dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: De hulp is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken; De inwoner heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Hij kan dit effect ook niet bereiken met gebruikelijke hulp, met hulp vanuit het sociaal netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; en De hulp past bij het gewenste effect en de persoonlijke situatie van de inwoner. Voor sommige vormen van hulp zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. De hulp-op-maat is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. De gemeente kiest daarom voor de goedkoopste voorziening die passend is om het probleem van de inwoner langdurig te verminderen of op te lossen. De gemeente kan hulp-op-maat weigeren als een inwoner iets (niet) heeft gedaan waardoor hij de hulpvraag zelf heeft veroorzaakt en hij deze had kunnen voorzien. De gemeente kan hulp-op-maat ook weigeren, als een inwoner de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft, tenzij de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven. Als die weigering betekent dat de inwoner grote problemen zal krijgen (onevenredig nadeel ervaart), dan kan de gemeente de hulp-op-maat wel toekennen. 2.4.5.3advisering De gemeente zorgt ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die hiervoor nodig is. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, zorgt de gemeente ervoor dat iemand die wel deskundig is een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekt de gemeente bij de beoordeling van de aanvraag. Voor iedere stap geldt, dat de gemeente de deskundigheid inzet die nodig is om die stap goed te kunnen afronden. Is er bijzondere deskundigheid nodig, dan zet de gemeente die in. De gemeente stelt de inwoner op de hoogte van welke deskundigheid er op welk moment nodig is en ingezet wordt. 2.4.5.4beslistermijn De gemeente beslist zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 2 weken nadat de aanvraag is ontvangen. De beslistermijn kan schriftelijk worden opgeschoven als de inwoner niet voldoende gegevens heeft verstrekt. Als de gemeente een besluit niet binnen de vastgestelde termijn kan nemen, dan noemt de gemeente een nieuwe termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen en geeft de reden van het uitstel aan. 2.4.6Stap 5: de beslissing JEUGDWET | WMO | PW | IOAW | IOAZ | WGS | WKO | AWB |WI De gemeente stelt een besluit per brief vast en stuurt deze brief naar de inwoner. Het besluit kan ook opgenomen worden in het verslag uit stap 3. Het doel van dit besluit is dat de inwoner te weten komt of er wel of geen hulp wordt gegeven. Ook wordt vastgesteld wanneer de hulp ingaat. Als de gemeente hulp geeft, staat in het besluit ook of de hulp in natura, in de vorm van een pgb, in geld of op een andere manier wordt gegeven. Geeft de gemeente de hulp in natura, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: wat de hulp inhoudt en waarvoor de hulp bedoeld is; wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt, en; welke voorwaarden en verplichtingen er voor de hulp gelden. Geeft de gemeente de hulp in de vorm van een pgb, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: waarvoor het pgb bedoeld is; hoe hoog het pgb is; wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt; hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en welke voorwaarden, kwaliteitseisen en verplichtingen er voor het pgb gelden. Geeft de gemeente de hulp in de vorm van geld, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: voor welk doel het geld wordt gegeven; wanneer het geld wordt betaald; hoe vaak het geld wordt betaald; en welke voorwaarden en verplichtingen er gelden. De gemeente informeert de inwoner in het besluit ook over een eventuele bijdrage in de kosten. Dit is de eigen bijdrage.

Rechtspraak bij dit artikel