Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.5

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Altena 2022

6.5.1Vervoersvoorziening LLV De gemeente verstrekt aan ouders een vervoersvoorziening, als het kind: minimaal vier jaar oud is; in de gemeente Altena woont; naar de basisschool gaat, speciaal of voortgezet onderwijs volgt, en vanwege een langdurige beperking niet zelfstandig met het OV of met de fiets kan reizen, maar begeleiding of aangepast vervoer nodig heeft. De gemeente verstrekt aan ouders ook een vervoersvoorziening, als het kind: minimaal vier jaar oud is; naar de basisschool gaat of speciaal onderwijs volgt; en de dichtstbijzijnde toegankelijke school en waar plaats is voor het kind, meer dan zes kilometer van de woning of de opstapplaats van het kind afligt; of het kind naar een school gaat die verder weg is gelegen dan die dichtstbijzijnde toegankelijke school, en de ouders in een brief aan de gemeente aangeven dat ze de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld. Ouders krijgen geen vergoeding voor het vervoer van hun kind, als het kind meereist met een andere ouder die van de gemeente een vergoeding krijgt voor het vervoer van zijn eigen kind. De gemeente verstrekt aan ouders een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als hun kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en de ouders voor dit kind een vervoersvoorziening krijgen. Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die het kind bezoekt. Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden kan de gemeente besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerplichtig kind de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt. 6.5.2Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer LLV De gemeente verstrekt aan ouders die een vervoersvoorziening krijgen voor een kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor: het weekendvervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie. De vervoersvoorziening geldt voor een eenmaal per weekend gemaakte reis. het vakantievervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd. De regels uit de andere artikelen van dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.6.1 lid 2, onderdeel a. 6.5.3Tijdelijk verblijf buiten de gemeente LLV De gemeente kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een kind, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: het kind blijft zijn eigen school bezoeken; in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en de intentie bestaat dat het kind terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra het kind terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken. 6.5.4Vervoersvoorziening naar stageadres LLV Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek van de ouders een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; de stage vindt plaats op één stageadres; en het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door de gemeente te bepalen maximale straal van de woning of de school. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van het kind dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor het kind toegankelijke stageadres. De gemeente kan het stagecontract opvragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel