Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houdt de gemeente rekening met de doelen van de genoemde wetten. De gemeente zorgt ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. De gemeente gaat daarbij uit van de volgende kernwaarden:
Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het realiseren van de genoemde doelen.
Inwoners zetten zich ervoor in om deze doelen te bereiken en maken gebruik van mogelijkheden die vrij beschikbaar zijn. .
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor problemen, bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (het sociaal netwerk).
De gemeente bekijkt eerst of een andere voorziening beschikbaar is, waarmee de hulpvraag van de inwoner wordt opgelost. Pas als deze niet beschikbaar is, of onvoldoende de hulpvraag oplost, wordt hulp-op-maat gegeven.
Per hoofdstuk wordt aangegeven welke van deze en andere kernwaarden de basis van de regels vormen en welke rol zij spelen. De begrippen die in deze verordening worden gebruikt, worden toegelicht in hoofdstuk 14.