Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.5

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Altena 2022

8.5.1Voorwaarden JEUGDWET | WMO In plaats van hulp in natura kan de inwoner een pgb krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die; de Wmo of de Jeugdwet stellen, in deze paragraaf staan, en zijn vastgelegd in nadere regels. De gemeente kent een pgb pas toe als zij vindt dat de inwoner (of zijn wettelijk of pgb vertegenwoordiger) in staat is zijn belangen voldoende te behartigen. De inwoner moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De inwoner of diens wettelijk vertegenwoordiger kan ervoor kiezen een pgb-vertegenwoordiger aan te stellen. Deze persoon beheert het pgb namens de inwoner. De gemeente toetst of de pgb-vertegenwoordiger voldoet aan de eisen als bedoeld in het eerste lid. Als dat zo is, registreert de gemeente de pgb vertegenwoordiger en meldt deze aan bij de SVB. Een pgb wordt pas toegekend als naar het oordeel van de gemeente is gewaarborgd dat de hulp-op-maat die wordt ingekocht, veilig, doeltreffend en cliëntgericht is, en bijdraagt aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde resultaat; Een pgb wordt pas toegekend als de aanvrager kan motiveren dat het aanbod hulp in natura niet passend is; Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen, pgb-vertegenwoordigers of belangenbehartigers, contributie voor het lidmaatschap van belangenverenigingen van budgethouders kosten voor het volgen van cursussen over het pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; het voeren van een pgb-administratie; ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s) en reiskosten. alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) buiten EU-landen De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties: De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was. Het gaat om kosten voor vervoer, in het geval dat de inwoner kan gebruikmaken van het collectief taxivervoer. Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is. De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en er is ook geen geschikte pgb-vertegenwoordiger; De beoogde pgb-vertegenwoordiger is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener, tenzij de gemeente hier schriftelijk toestemming voor heeft gegeven. Voor pleegzorg Van formele jeugdhulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen: personen die werkzaam zijn bij een organisatie met een aanbod dat past bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of de ouder(s) het pgb krijgen. De organisatie staat ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). De personen beschikken over de relevante diploma’s om de werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren of; personen die als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) werkzaamheden uitvoeren die passen bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of ouder(s) het pgb krijgen. De zzp’er staat voor deze werkzaamheden ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Ook beschikt de zzp’er over de relevante diploma’s of werkervaring die nodig zijn voor uitoefening van deze werkzaamheden, of; personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-registratie) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp (SKJ-registratie). Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 8 onder a, b of c gaat het altijd om informele hulp. Als de jeugdhulp geboden wordt door een persoon uit het sociaal netwerk van de budgethouder is altijd sprake van informele hulp. 8.5.2Voorwaarden pgb professionele aanbieders JEUGDWET | WMO Een professionele aanbieder dient te voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet of hoofdstuk 3 van de Wmo. Een professionele aanbieder is verplicht een dossier in te richten met betrekking tot de verlening van jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 7.3.8 van de Jeugdwet. 8.5.3Voorwaarden pgb sociaal netwerk ofwel niet professionele aanbieders JEUGDWET | WMO De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociaal netwerk van de inwoner zijn als deze persoon met goede argumenten aan kan geven dat hij door het geven van de hulp niet overbelast raakt. Ook is deze persoon in staat om kwalitatief goede hulp te bieden en planmatig te werken. Bij inzet vanuit het sociaal netwerk met een pgb moet er in elk geval sprake zijn van een van de volgende situaties: de hulp is vooraf niet goed in te plannen; de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de cliënt vertrouwd is en goed contact heeft. Een pgb voor jeugdhulp uit het sociaal netwerk kan alleen betrekking hebben op ondersteuning en/of begeleidende verzorging en respijtzorg. Hulp door een bloed-of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociaal netwerk en ook als hulp van een niet-professionele aanbieder gezien. De inwoner of pgb-vertegenwoordiger draagt de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de hulp die zij betrekken van personen die tot het sociaal netwerk behoren. 8.5.4Pgb-plan JEUGDWET | WMO Als De inwoner of diens wettelijk vertegenwoordiger een individuele voorziening met een pgb wenst in te kopen, moeten zij een motivatieplan opstellen. In het motivatieplan staat: de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en waarom zij een pgb wensen; bij welke aanbieder zij de (jeugd)hulp willen inkopen en hoe de (jeugd)hulp is georganiseerd; hoe de kwaliteit van de (jeugd)hulp is gewaarborgd; wat de kosten voor de (jeugd)hulp zijn; wie het pgb beheert en hoe deze taken worden uitgevoerd. De gemeente stelt nadere regels vast over de voorwaarden waar dit plan aan moet voldoen. 8.5.5Hoogte en tarief pgb WMO|JEUGDWET De hoogte van het pgb bedraagt nooit meer dan de tarieven waarvoor de gemeente de dienst of voorziening heeft gecontracteerd bij verstrekking in natura. De pgb-tarieven worden als volgt bepaald: Jeugdhulp door een professionele hulpverlener: Deze tarieven zijn gebaseerd op de tariefstelling van deze aanbieder, tot een maximum van 90% van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. Als het op basis van lid 1 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de passende jeugdhulp te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één jeugdhulpaanbieder kan worden ingekocht. De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht gelijk aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met 36 urige werkweek. Producten: Het pgb is zo hoog als de door inwoner ingediende offerte. Indien van toepassing wordt dit bedrag verhoogd met een post voor onderhoud, reparatie en verzekering. Het pgb is maximaal het bedrag zoals omschreven in lid 1. Wmo-hulp in de vorm van huishoudelijke ondersteuning door een niet gecontracteerde zorgaanbieder: 100% van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontacteerde aanbieder; Wmo-hulp in de vorm van huishoudelijke ondersteuning door een persoon uit het sociaal netwerk, of door een persoon niet werkzaam voor een zorgaanbieder: 68% van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontacteerde aanbieder; Wmo-hulp in de vorm van begeleiding uitgevoerd door een (niet door de gemeente gecontacteerde) zorgaanbieder of een daartoe opgeleid persoon: zelfstandig werkend, en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en in het bezit van een adequaat intern kwaliteitsplan, of in het bezit van een geldig branche specifiek kwaliteitscertificaat: 100% van het toepasselijke tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontacteerde aanbieder; Wmo-hulp in de vorm van begeleiding uitgevoerd door een persoon die niet voldoet aan de criteria genoemd onder lid f: 60% van het toepasselijke tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontacteerde aanbieder. Het tarief is toereikend om effectieve en kwalitatief goede hulp-op-maat in te kopen; De gemeente stelt de tarieven voor pgb vast in nadere regels. Bij jeugdhulp die wordt verleend op basis van een verklaring als bedoeld in artikel 8, lid 1, sub a en b Jeugdwet bedraagt het pgb de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 8ab lid 1 van de Regeling Jeugdwet, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. 8.5.6De zorgovereenkomst JEUGDWET | WMO De inwoner of diens wettelijk vertegenwoordiger komt met de zorgverlener een zorgovereenkomst overeen. De toetsing van de zorgovereenkomst op arbeidsrechtelijke zaken wordt uitgevoerd door de SVB. De gemeente is verantwoordelijk voor de beoordeling van de zorgovereenkomst. Daarbij worden zowel de inhoud als de financiën beoordeeld. de gemeente heeft nadere regels opgesteld over het niet goedkeuren van de uitvoering van de zorgovereenkomst 8.5.7Verantwoording pgb JEUGDWET | WMO De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen. Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is. Bij onderbesteding of overbesteding kan de gemeente een onderzoek instellen naar de oorzaak hiervan. De gemeente kan op basis van de evaluatie besluiten tot aanpassing van de beschikking. 8.5.8Opschorten pgb JEUGDWET | WMO De gemeente kan aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als: de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; of de inwoner het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt. 8.6Wat is de eigen bijdrage? WMO De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp-op-maat, zolang de inwoner een beschikking heeft voor deze voorziening. Gaat het om een product of overige kosten, zoals onderhoud en reparatie aan een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van de Wmo 2015. De kostprijs van hulp-op-maat in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. De kostprijs van hulp-op-maat in pgb is gelijk aan de hoogte van dat pgb. Het startmoment van het betalen van de eigen bijdrage is het moment dat de hulp-op-maat start, of het product geleverd wordt. De eigen bijdrage kan gepauzeerd worden als u langer dan zes weken geen ondersteuning-op-maat ontvangt, omdat een aanbieder niet levert. Dit geldt alleen voor ondersteuning-op-maat in de vorm van een dienst. Het pauzeren van de eigen bijdrage is niet mogelijk als u een andere voorziening heeft waarvoor u een eigen bijdrage betaalt. Voor gebruik van het collectief vervoer en de individuele taxikostenvergoeding geldt een ritbijdrage per rit. De gemeente stelt de tarieven hiervoor vast in nadere regels. Geen bijdrage in de kosten is verschuldigd voor: Hulp in geld; Een rolstoel; Vervoerskosten van en naar de dagbesteding; Maatwerkvoorzieningen voor cliënten jonger dan 18 jaar inclusief woningaanpassingen, en; Begeleiding trede waakvlam. Een cliënt is voor verblijf in maatschappelijke opvang of beschermd wonen een bijdrage in de kosten verschuldigd aan de centrumgemeente Breda.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel