De aanvraag voor een vervoersvoorziening dient vergezeld te gaan van een advies van één van de onderstaande partijen. Het vervoersadvies gaat in op de mogelijkheden en beperkingen van het kind bij het zelfstandig of begeleid reizen met openbaar vervoer of de fiets en de groei die daarin mogelijk is:
de commissie voor de begeleiding, ingesteld door een of meer scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs;
de commissie van onderzoek, ingesteld door een of meer instellingen;
de ambulante begeleider van de leerling;
de directeur van de school;
het samenwerkingsverband.
Indien een leerling een aanvraag doet voor een vorm van aangepast vervoer, kan het college besluiten om een onafhankelijk medisch deskundige te vragen een advies dan wel indicatie te geven. De kosten van het onafhankelijk medisch advies zijn voor rekening van de gemeente. Als de ouder(s)/verzorger(s) en de leerling niet verschijnen op de gemaakte afspraak met de medisch deskundige, dan worden de gemaakte kosten doorberekend aan de ouder(s)/verzorger(s).
De beoordelingsrichtlijn bij deze indicatiestelling is conform de verordening. De uitgangspunten bij het toekennen van een vervoersvoorziening zijn daarin als volgt:
leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs jonger dan 11 jaar gaan onder begeleiding met het openbaar vervoer of fiets naar school;
leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs van 11 jaar of ouder gaan zelfstandig met het openbaar vervoer of de fiets naar school, of gaan indien nodig onder begeleiding met het openbaar vervoer of de fiets onder begeleiding naar school;
leerlingen in het (speciaal) voortgezet onderwijs gaan onder begeleiding met het openbaar vervoer of de fiets naar school. Een leerling in het (speciaal) voortgezet onderwijs die zelfstandig met het openbaar vervoer of de fiets naar school kan gaan,
heeft geen recht op een vorm van leerlingenvervoer.
Indien, op grond van de medische indicatiestelling, reizen met de fiets of het openbaar vervoer, al dan niet onder begeleiding, niet tot de mogelijkheden behoort, kent het college een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer toe. Uit de medische indicatiestelling moet eveneens blijken of er uitzicht is op (zelfstandig) reizen met het openbaar vervoer of de fiets in de toekomst en zo ja, wanneer een volgende indicatiestelling nodig is.