In aanvulling op het gestelde in artikel 2 van de verordening kan het college van burgemeester en wethouders onder de volgende voorwaarden toestemming geven een leerling na schooltijd te vervoeren naar een naschools opvangadres d.w.z. een ander dan het feitelijk woonadres:
het vervoer leidt niet tot meerkosten voor de gemeente en;
de leerling maakt gebruik van aangepast vervoer en;
het betreft één vast adres naast het feitelijk woonadres op een vast aantal dagen gedurende het gehele schooljaar en;
het vervoer vindt plaats in aansluiting op de normale schooltijd.