Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Vaststelling waarde

Onderdeel van Nota waardering vaste activa, afschrijving en rente 2020

In artikel 62 van het BBV is bepaald dat alle vaste activa worden geactiveerd voor het bedrag van de investering. In lid 2 en 3 worden echter uitzonderingen gemaakt, namelijk: Bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief mogen bij de waardering in mindering worden gebracht. Dit kan bijvoorbeeld een subsidie zijn die specifiek voor een bepaalde investering wordt verstrekt; De voorzieningen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven. Dit betreft investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, zoals de rioolheffing; 5. Bij investeringen worden de bijdragen van derden in mindering gebracht op de investering. Bedragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven worden in mindering gebracht op de investering. Artikel 63 van het BBV geeft een nadere omschrijving van de kosten die geactiveerd mogen worden: Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs; De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten; De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd; Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde; Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel