**1..** In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die:
niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;
daadwerkelijk beschikbaar is;
een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en;
financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau.
andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Albrandswaard 2022;
besluit: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Albrandswaard 2022];
bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet;
hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en
in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven; dan wel
zal staan ingeschreven; dan wel
het feitelijke woonadres indien de persoon met beperkingen met een briefadres is ingeschreven.
hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Albrandswaard;
gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
leefeenheid: een groep van personen die tezamen een huishouden vormen;
melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 Wmo 2015;
pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;
participatie: het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet.
persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 Wmo 2015 onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen;
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
zelfredzaamheid: het in staatzijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;
**2..** Voor zover niet anders bepaald, hebben begrippen in deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels en beleidsregels dezelfde betekenis als in de wet.