Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 19.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Albrandswaard 2022

1.. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden. 2.. De cliënt dient daarvoor een budgetplan in. In het budgetplan is in elk geval opgenomen: hoe de cliënt zelf of met hulp van iemand uit het sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren; wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen; welke maatwerkvoorziening de cliënt met het pgb zou willen inkopen en bij welke uitvoerder; de kosten van de maatwerkvoorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; hoe cliënt de voorziening volgens een puntsgewijze begroting dan wel een gespecificeerde offerte wenst te financieren; inzicht in de problematiek van de cliënt; de duur en wijze waarop de maatwerkvoorziening wordt ingezet; het resultaat van het te behalen doel van de inzet van de maatwerkvoorziening; welke evaluatiemomenten gedurende de duur van de inzet van de maatwerkvoorziening plaatvinden; op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. 3.. Het pgb mag niet worden besteed aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; Kosten voor bijkomende zorg, waaronder cursuskosten en entreegelden van de zorgverlener; Kosten voor overlijdensuitkering; Kosten voor reizen. 4.. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 5.. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. 6.. Cliënt is verplicht, als de ondersteuning wordt geboden door een niet professioneel persoon uit de sociale omgeving, niet zijnde de directe leefeenheid, bij het ondersteuningsplan een Verklaring omtrent gedrag (Vog) te voegen van deze persoon, die niet ouder is dan drie maanden. 7.. De kwaliteit van de met het pgb ingekochte maatwerkvoorziening, met uitzondering van informele hulp, voldoet minimaal aan de eisen die zijn gesteld aan de gecontracteerde zorgaanbieders die vergelijkbare voorzieningen leveren in zorg in natura; 8.. Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 9.. Een pgb voor gebruik van eigen auto, van een taxi of het gebruik van een rolstoeltaxi is slechts mogelijk indien de cliënt medisch en/ of gedragsmatig niet in staat is gebruik te maken van het collectief vervoer met de regiotaxi. 10.. Een pgb is niet mogelijk als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wet. 11.. Een pgb is niet mogelijk voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college, op basis van nader door het college te stellen regels. 12.. Een pgb voor hulp bij het huishouden wordt vastgesteld in uren en minuten. 13.. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de voorwaarden waaronder een pgb wordt verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel