Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.2

Onderscheid formele en informele hulp

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Albrandswaard 2022

1.. Bij het vaststellen van de soort hulp die benodigd is, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 2.. Van formele hulp is sprake als het aantoonbaar is dat de jeugdige professionele jeugdhulp nodig heeft en deze hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: Personen die werkzaam zijn bij een hulpverlenende instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of Personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren hulpverlenende taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het handelsregister (conform artikel 5 handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of Personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 4 van de wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-registratie) en/of SKJ-registratie als bedoeld in artikel 5.2.1 van het besluit jeugdwet, voor de uitoefening van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. 3.. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een andere persoon dan beschreven in het tweede lid onder a, b of c, is er sprake van informele hulp. 4.. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed-of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp. 5.. Indien de hulp wordt verleend door iemand uit het sociale netwerk, niet zijnde een bloed-of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is alleen sprake van formele hulp indien wordt voldaan aan de onder de in het tweede lid, onder c genoemde voorwaarden en deze hulp leidt tot de benodigde jeugdhulp welke effectief en doelmatig is. 6.. De volgende personen dienen een verklaring omtrent gedrag aan het college te geven die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de ondersteuning vanuit het pgb wordt ingezet: Bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder; Personen als bedoeld in artikel 7.2 lid 2 sub a, tenzij zij aangesloten zijn bij een overkoepelende branchevereniging waar het afgeven van een verklaring omtrent gedrag een vereiste is; Personen als bedoeld in artikel 7.2 lid 2 sub b.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel