Naar hoofdinhoud

8.

Artikel 6

Criteria A zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht Geertruidenberg gebied A

Onderdeel van Beleidsregels zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en beschermd stadsgezicht Geertruidenberg

Voor gebied A gelden, naast de algemene uitgangspunten van artikel 5, de volgende toetsingscriteria: 1. Zonnepanelen op het voordakvlak (van alle kapvormen) zijn niet toegestaan. 2. Zonnepanelen op achterdakvlakken die vergunningsplichtig zijn en zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn met vergunning toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. minimaal 50 cm afstand houden tot de goot; b. minimaal 50 cm afstand houden tot de nok; c. bij voorkeur rondom 50 cm afstand houden van bestaande dakdoorbraken (dakkapellen, dakvensters en schoorstenen); d. zo veel mogelijk in de onderste helft van het dakvlak zijn geplaatst. 3. Zonnepanelen op dwarskappen (nok haaks op de straat) zijn toegestaan, wanneer de panelen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, niet grenzen aan de openbare ruimte en daarnaast voldoen aan de volgende criteria: a. vanaf de achtergevel naar voren zijn geordend; b. minimaal 100 cm afstand houden tot de achtergevel en minimaal 100 cm afstand houden tot de voorgevel; c. zo veel mogelijk onder in het dakvlak worden geplaatst, met minimaal 50 cm afstand tot de goot; d. minimaal 50 cm afstand houden tot de nok; e. bij voorkeur rondom 50 cm afstand houden van bestaande dakdoorbraken (dakkapellen, dakvensters en schoorstenen); f. indien het zijdak rechthoekig is en vanaf de openbare ruimte visueel afgeschermd wordt door het naastgelegen pand (inclusief kap) met een goothoogte van niet meer dan 1 meter lager dan het pand waarop de zonnepanelen worden beoogd, wordt advies ingewonnen bij de Commissie voor een maatwerkoplossing, tenzij wordt voldaan aan de regels hierna onder h; g. indien het zijdakvlak een andere vorm heeft dan een rechthoek (zoals een schilddak), wordt advies ingewonnen bij de Commissie voor een maatwerkoplossing; h. indien het zijdak niet (zoals hierboven vermeld) afgeschermd wordt door het naastgelegen pand en indien het zijdakvlak de vorm heeft van een rechthoek, geldt het volgende: wat betreft de buitenste contouren van het geheel van zonnepanelen mag er sprake zijn van ten hoogste één L-vormige combinatie van zonnepanelen of van één enkele uitsparing erin. Voor het overige dienen de buitenste contouren van het geheel van de zonnepanelen een rechthoekig vlak te vormen, en indien feitelijk mogelijk symmetrisch op het dakvlak te liggen. Overige getrapte, onderbroken of asymmetrische vormen in de contouren van het geheel van zonnepanelen zijn niet toegestaan; i. uitzondering: op zijdakvlakken grenzend aan openbare ruimte bij hoekpanden zijn geen zonnepanelen toegestaan. 4. Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan: wanneer de afstand van de zonnepanelen tot de zijkant van het dak minimaal 1 keer de hoogte van de panelen is en de panelen plat of onder een flauwe helling (met een hoek tot circa 15 graden) en in een aaneengesloten patroon worden geplaatst. 5. Zonnepanelen op mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen een maatwerkoplossing van de Commissie. 6. Over toepassing van nieuwe producten voor de opvang van zonne-energie, waarvan de verschijningsvorm is aangepast aan de bestaande dakbedekking, wordt advies ingewonnen bij de Commissie. 7. Voor zonnepanelen in het plangebied van de Riethorst wordt mede rekening gehouden met het daarvoor geldende beeldkwaliteitsplan. Zie onderdeel 6 van de toelichting op het beleid en bijlage 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel