Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
acuut gevaar: indien in ieder geval voorzienbaar is dat als gevolg van gebreken van een houtopstand op korte termijn de levens van mensen in gevaar worden gebracht en/of goederen worden beschadigd en/of sprake is van ernstige boomziektes en/of het gevaar voor verspreiding van ernstige boomziektes;
bebouwingscontour houtkap: de bebouwde kom van de gemeente, zoals aangegeven in bijlage 1.
beschermde houtopstand: houtopstand vermeld op de Groene Kaart, die niet geveld mag worden zonder de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12;
Bomen effect analyse: een rapportage, al dan niet voorzien van een werkplan, die is opgesteld door een boomtechnisch adviseur met als doel het inzichtelijk maken van de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op (beschermde)houtopstand;
boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 30 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam;
boomwaarde: de monetaire waarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;
dunnen: vellen als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, tenzij sprake is van een eindbeeld met houtopstand met een stamomtrek van meer dan 120 centimeter op 130 centimeter boven maaiveld;
fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving omvat in ieder geval natuur, bodem, water, lucht, landschappen, bouwwerken, infrastructuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed;
Groene Kaart: geometrisch informatieobject (bijlage 1) met daarop aangegeven de beschermde houtopstand ingedeeld naar beschermingsniveaus: bijzondere houtopstand, hoofdgroenstructuur en nevengroenstructuur;
houtopstand: één boom of meerdere bomen of een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;knotten/ kandelaberen: het tot de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;
omgevingsvergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
vellen: kappen, rooien, verplanten, vernielen, of het knotten, kandelaberen, snoeien van meer dan 25 procent van de blijvende kroon of wortelgestel van een houtopstand en verder het verrichten van alle handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige aantasting van het (straat)beeld van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben. Hieronder vallen ook het fors wijzigen van de groeiplaats van een houtopstand door gronduitwisseling, bodemverdichting door materialen of verkeer, bodembedekking, waterstand wijziging of door het onttrekken of toevoegen van stoffen, door straling of door aantasting van de wortelfunctie, waardoor meer dan 25 procent de wortelcapaciteit verloren gaat of is gegaan.