Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Beoordelingsregels omgevingsvergunning

Onderdeel van Bomenverordening 2021 gemeente Zwolle

De omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde houtopstand wordt geweigerd indien de belangen van het vellen van de houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand. Bij de afweging als bedoeld in het eerste lid worden de oogmerken uit artikel 11 van deze verordening betrokken. Voor de afweging tussen behoud of vellen van de beschermde houtopstand wordt gebruik gemaakt van een beoordelingsformulier, dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Het beoordelingsformulier maakt onderscheid in de waardering tussen bijzondere houtopstand, hoofdgroenstructuur en nevengroenstructuur, waarbij bijzondere houtopstand de hoogste waardering heeft en in beginsel niet gekapt wordt, de hoofdgroenstructuur een hoge waardering en de nevengroenstructuur een basiswaardering heeft. Een omgevingsvergunning voor het vellen van een bijzondere houtopstand wordt geweigerd, tenzij: de houtopstand ernstig gevaar of ernstige hinder veroorzaakt; en/of een groot maatschappelijk belang zwaarder weegt dan de oogmerken van artikel 11. Een omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd indien de aanvraag is ingediend vanwege: lichte tot matige hinder, die van een ieder gevergd kan worden, zoals blad-, zaad-, pluis- en vruchtval, honing- of roetdauw, schaduwhinder in tuin of op erf, bij tijdelijke schaduw in een hoofdverblijfruimte; belemmering van de opbrengst van zonnepanelen, die geplaatst zijn of worden in de (toekomstige) schaduw van een aanwezige beschermde houtopstand; de aanwezigheid van hinder veroorzakende dieren, zoals eikenprocessierupsen, teken, hoornaars, vogels, eekhoorns, marters of andere dieren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel