Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.7

Software

Onderdeel van Nota Activabeleid 2019 Stede Broec

Software (en de daarbij behorende gebruiksrechten) vallen volgens de notitie materiële vaste activa, onder materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35 lid 1a BBV. Hierdoor wordt software geactiveerd, tenzij niet is voldaan aan de activeringsgrens. Implementatiekosten van nieuwe hard- en software mogen eveneens geactiveerd worden. Deze vallen onder de bijkomende kosten en kunnen op grond van artikel 63 lid 2 BBV gezien worden als onderdeel van de verkrijgingsprijs. Opleidingskosten worden niet geactiveerd, en worden gelijk aan andere opleidingskosten verwerkt als exploitatielast. Eveneens mogen de kosten voor externe ondersteuning niet geactiveerd worden, en wordt daardoor ten laste van de exploitatie gebracht. Een uitzondering hierop is wanneer de kosten vooruit betaalt worden. In dat geval worden deze kosten geactiveerd op de transitorische post ‘vooruitbetaalde kosten’ en over de exploitatie van de lopende jaren verantwoord. De gebruikersrechten van software kunnen op twee manieren verwerkt worden. Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met gebruikersrechten voor onbepaalde duur, en gebruikersrechten voor bepaalde duur. Gebruikersrechten voor onbepaalde duur, die ineens in rekening gebracht worden, worden geactiveerd als investeringen met een economisch nut. De gebruikersrechten voor bepaalde duur worden op de transitorische post ‘vooruitbetaalde kosten’ gezet. Uitgangspunt 13: Software wordt geactiveerd als investering met een economisch nut. Implementatiekosten van hard- en software worden meegenomen in de verkrijgingsprijs en geactiveerd. Uitgangspunt 14: Gebruikersrechten van software voor onbepaalde duur worden geactiveerd. Gebruikersrechten van software voor bepaalde duur worden geboekt op ‘vooruitbetaalde kosten’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel