Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingprijs (artikel 63 lid 1 BBV). De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten (artikel 63 lid 2 BBV). De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (artikel 63 lid 3 BBV).
In het BBV is bepaald dat alle vaste activa worden geactiveerd voor het bedrag van de investering (artikel 62), met uitzondering van de in artikel 62 lid 2 en 3 gestelde bepalingen dat:
Bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief moeten bij de waardering in mindering worden gebracht;
Voorzieningen, bedoeld in artikel 44 eerste lid onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35 eerste lid onder b.
Uitgangspunt 17:
Vaste activa activeren voor het investeringsbedrag. Uitgezonderd zijn bijdragen van derden die in directe relatie staan, deze moeten in mindering gebracht worden. Ook voorzieningen die bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen voor investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven moeten in mindering worden gebracht.
Bij het waarderen van activa gelden eveneens de volgende voorwaarden:
Het toerekeningsbeginsel moet in acht worden genomen (zie ook artikel 4.7);
Reserves in mindering brengen op de boekwaarde van een investering is niet toegestaan. Reserves mogen wel worden gebruikt ter dekking van de jaarlijkse kapitaallasten;
Bij de waardering van vaste activa met economisch nut wordt rekening gehouden met waardevermindering, indien deze vermindering naar verwachting duurzaam is.
Uitgangspunt 18:
Het toerekeningsbeginsel moet in acht genomen worden bij het waarderen van activa. Ook is het niet toegestaan om reserves in mindering te brengen op de boekwaarde. Tot slot dient rekening gehouden worden met waardevermindering die naar verwachting duurzaam is.