Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Wettelijk kader afschrijvingen

Onderdeel van Nota Activabeleid 2019 Stede Broec

Het BBV stelt geen regels voor een sluitend systeem waaraan afschrijvingen moeten voldoen op, wel zijn er kaders gesteld in artikel 51 en 64 van het BBV, te weten: De afschrijvingsmethode worden volgens artikel 51 in de toelichting op de balans uiteengezet; Afschrijvingen vinden, onafhankelijk van het boekjaarresultaat, plaats (artikel 64 lid 1); De methode van afschrijving mag slechts om gegronde redenen worden gewijzigd. De reden en de financiële consequenties worden in de toelichting op de balans toegelicht. (artikel 64 lid 2); Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (artikel 64 lid 3); De afschrijvingstermijn voor kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio is maximaal gelijk aan de looptijd van de lening (artikel 64 lid 4); De afschrijvingstermijn van kosten van onderzoek en ontwikkeling is maximaal 5 jaar (artikel 64 lid 5); Voor bijdragen aan activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34 lid c BBV, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdragen aan derden wordt verstrekt. Indien sprake is van duurzame waardevermindering of indien het actief eerder buiten gebruik gesteld wordt, dient afgeschreven te worden (artikel 65 lid 1 en lid 3); Het opschorten van afschrijvingen is gedurende een redelijke termijn toegestaan, indien een gebouw leeg staat tot het moment van verkoop. De afschrijvingstermijn is afhankelijk van de verwachte nuttigheids- oftewel gebruiksduur, en wordt bepaald door de technische levensduur (de periode waarin het technisch mogelijk is het actief te gebruiken) en economische levensduur (de periode waarin het actief naar schatting economisch gezien gebruikt kan worden). Stelselmatigheidsvereiste is één van de vereiste van de financiële verslaggeving, en dient consistent te worden toegepast. Eén of enkele jaren niet afschrijven, of extra afschrijven, is niet consistent. Extra afschrijven is vanaf begrotingsjaar 2017 in geen enkel geval toegestaan. Met uitzondering van punt 8 uit artikel 4.1, waarbij afgeschreven dient te worden bij duurzame waardevermindering of het eerder buitengebruik stellen van een actief. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen waarin per activasoort de levensduur wordt weergeven waarover wordt afgeschreven. Hierbij moet opgemerkt worden dat van bestaande activa (geactiveerd voor 1 januari 2020) de gebruiksduur en afschrijvingstermijnen zoals destijds bij het activeren niet wordt aangepast aan de gewijzigde afschrijvingstermijnen. Uitgangspunt 24: Voldoen aan de voorwaarden van afschrijving van artikel 4.1. Keuzemogelijkheid 25: Voorgesteld wordt om de afschrijvingstermijnen te hanteren zoals beschreven in bijlage 2. De raad kan bij gemotiveerd besluit afwijken van de in bijlage 2 aangegeven afschrijvingstermijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel