Artikel 64 lid 2 BBV stelt dat afschrijving slechts om gegronde redenen mag afwijken van de grondslagen die in het vorige begrotingsjaar zijn toegepast. Mocht de gemeente een stelsel- en/of schattingswijziging toepassen worden de redenen en de financiële consequenties van de verandering in de toelichting op de balans uiteengezet, conform het stelselmatigheidsbeginsel. Tevens vindt de stelsel- en/of schattingswijziging niet plaats op terugwerkende kracht, en vindt dus geen herberekening/herwaardering plaats over eerdere jaren.
Het BBV onderscheidt twee soorten wijzigingen:
Een stelselwijziging: het moment van starten met afschrijven wordt gewijzigd.
Een schattingswijziging: het aanpassen van de afschrijvingstermijnen, het wijzigen van de afschrijvingsmethode, een eventueel latere (duurzame) waardeherstel, een verandering van de verwachte toekomstige gebruiksduur of een wijziging van de methode van periodetoerekening aan de verwachte toekomstige gebruiksduur.
Stelsel- en schattingswijzigingen worden onderbouwd en door de raad vastgesteld. De raad heeft tot het einde van het begrotingsjaar om hiertoe te besluiten.
Uitgangspunt 27:
Een stelsel- of schattingswijziging wordt door de raad vastgesteld.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3
Stelsel- en schattingswijzigingen
Onderdeel van Nota Activabeleid 2019 Stede Broec