Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 7.

Weigeren en beëindigen van een pgb

Onderdeel van Besluit Jeugdhulp gemeente Renkum 2022

1.. Het college kan een pgb weigeren als er tijdens het onderzoek naar aanleiding van de vraag om ondersteuning in de vorm van een pgb overwegende bezwaren bestaan tegen het beheren van een pgb door de budgethouder. 2.. Overwegende bezwaren zijn er als er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een pgb. De situaties waarbij het risico groot is dat het pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn bijvoorbeeld: de budgethouder is verminderd handelingsbekwaam; de budgethouder heeft als gevolg van een verstandelijke handicap en/of (ernstige) psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie; er is sprake van schulden- en/of verslavingsproblematiek; er is eerder misbruik gemaakt van het pgb; er is eerder sprake geweest van fraude; er is eerder sprake geweest van surseance van betaling of een faillissement; er is sprake van schuldsanering op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen; er is sprake van een instabiele situatie ten aanzien van de beperkingen; de budgethouder leeft een zwervend bestaan; er is sprake van onvoldoende taal-/rekenvaardigheid; er is sprake van dementie. 3.. Verder wordt het pgb geweigerd in de volgende gevallen: Indien de budgethouder een voorstel doet dat zou leiden tot een hoger pgb dan het vergelijkbare zorg in natura aanbod, en de jeugdige weigert het verschil in budget zelf te financieren (de jeugdige wordt wel de mogelijkheid geboden het verschil in budget zelf te financieren). Dubbelrol van de professionele zorgaanbieder en bewindvoerder. Indien de professionele ondersteuner tevens de rol van bewindvoerder of wettelijk vertegenwoordiger aanneemt, is dit in strijd met boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Met name als de professionele zorgaanbieder geregistreerd is als bewindvoerder (voert voor meer dan drie personen bewind). Er kan dan sprake zijn van belang dat tegengesteld is aan het belang van de jeugdige.

Rechtspraak bij dit artikel