**1..** Een inwoner kan aanspraak maken op een voorziening maatschappelijke partiticipatie als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
Op de datum van aanvraag is het (gezamenlijk) inkomen lager of gelijk aan 110% van het wettelijk sociaal minimum. Voor aanvragen in het kader van het kindpakket geldt dat het (gezamenlijk) inkomen lager of gelijk is aan 125% van het wettelijk sociaal minimum; Het betreft het inkomen exclusief de eventuele heffingskortingen; Indien de aanvrager de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt dan wordt een gedeelte van de particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten, zoals bedoeld is in artikel 33 lid 5 van de Participatiewet.
De aanvrager heeft een vermogen lager of gelijk aan het vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Indien de aanvrager de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt dan wordt het vermogen van de eigen woning, waar de aanvrager volgens het BRP staat ingeschreven, in zijn geheel vrijgelaten;
Indien de verzorgende ouder(s) een pleegvergoeding ontvangt(en) voor hun pleegkind dan wordt deze vergoeding buiten beschouwing gelaten.
Indien er sprake is van woningopbrengsten, bijvoorbeeld doormiddel van (kamer)verhuur, dan wordt dit gerekend tot het inkomen, onder aftrek van een forfaitair bedrag voor kost- en/of inwoning.
**2..** Het inkomen wordt bepaald op het moment van aanvraag of het gemiddelde van de 3 maanden voorafgaand aan de aanvraag.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3.
Algemene inkomensvoorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels Minimaregelingen maatschappelijke participatie gemeente Lopik