**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor een PGB wordt verstrekt.
**2..** De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19, -- per maand voor de ongehuwde cliënt of gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
**3..** In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per bijdrageperiode
door:
De ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan € 18.200, --
De ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan € 18.940, --
De gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan € 25.930, --.
Onder a t/m c vermelde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2021 en worden ieder opeenvolgend jaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon.
In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening Kleinschalig Collectief Vervoer (GR KCV Regiotaxi) € 0,23 per kilometer en een eenmalige bijdrage van € 1,05 per rit als opstaptarief;
De onder sub a vermelde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2021 en kunnen ieder opvolgend jaar gewijzigd worden aan de hand van ontwikkelingen ten aanzien van de gehanteerde prijsindex (NEA/CPI-index) vervoerstarieven, en reizigersvolume.
Als toepassing is gegeven aan sub b, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.
**4..** De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald door een
Aanbesteding,
Na consultatie in de markt, of
Na overleg met de aanbieder
**5..** De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom)
**6..** De kostprijs van een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening wordt bepaald op grond van artikel 11 lid 1 van de verordening.
**7..** Voor een sportrolstoel is een bijdrage verschuldigd, voor zover deze voorziening niet gericht is op het gebruik bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen.
**8..** Indien een maatwerkvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door:
De onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en
Degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over de minderjarige cliënt.
**9..** De kostprijs van de maatwerkvoorziening wordt opgegeven bij het CAK.
**10..** Het college kan nadere regels vaststellen inzake welke kostprijs voor de maatwerkvoorziening wordt doorgegeven aan het CAK.
**11..** In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b tweede lid van de Wet, worden de bijdragen in de kosten voor een maatwerkvoorziening door het CAK vastgesteld en geïnd.
Hoofdstuk 4.
Artikel 16.
Bijdrage in de kosten
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Land van Cuijk 2022