Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering, verrekening en brutering

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Land van Cuijk 2022

1.. Het college maakt gebruik van de bevoegdheden, zoals deze in de Participatiewet, Bbz, IOAW en IOAZ aan het college zijn gegeven. In dit kader: herziet dan wel trekt het college het recht op uitkering in ingevolge artikel 54, lid 1, 3 sub b en 4 van de wet en 17, lid 1, 3 sub b en 4 van de IOAW en IOAZ, indien de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend; maakt het college ten volle gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering zoals deze haar op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Participatiewet, artikel 12, tweede lid, onderdeel c, artikel 39, eerste lid, onderdeel a onder 3, artikel 39, tweede lid, artikel 41, vierde en vijfde lid, en artikel 43, derde lid, van het Bbz 2004, artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ toekomt; en bruteert het college de vordering, welke is ontstaan door gebruik te maken van de onder b. genoemde bevoegdheden, bij gebreke van tijdige betaling; vordert het college het bedrijfskapitaal, dat is toegekend op grond van artikel 20 en 24 Bbz, terug als belanghebbende ook na een tweede aanmaning niet aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen voldoet. continueert het college, in geval van verwijtbare bedrijfsbeëindiging, de lening tegen dezelfde condities als waartegen het bedrijfskapitaal is verstrekt. Dat betekent met hetzelfde aflossingsbedrag en rentetarief. 2.. Van het eerste lid kan worden afgeweken in de volgende situaties: het college vordert een door haar na ontvangst van een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering niet terug, voor zover deze uitkering ook zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht heeft geschonden; onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een dusdanige fout, dat het college op grond daarvan actie zou moeten ondernemen; het college beperkt de terugvordering tot het bedrag dat te veel aan bijstand zou zijn verstrekt, zo belanghebbende wel aan de inlichtingenplicht had voldaan, indien sprake is van intrekking van het recht op uitkering over een langere periode omdat belanghebbende over de gehele periode in beperkte mate beschikte over in aanmerking te nemen vermogen; het college ziet af van brutering indien sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel