Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, lijst I) en artikel 2 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, lijst II) Opiumwet, is in die wet het artikel 13b opgenomen.
Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt:
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
Een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
Een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of ervan als bedoeld in het eerst lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.
Hierbij wordt de aanwijzing Opiumwet van het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie d.d. 27-02-2015 (inwerking getreden per 1 maart 2015; Staatscourant 2015, 5391) in acht genomen.
Artikel 2.
Juridisch kader
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Land van Cuijk 2022