Definitie drugshandel:
In deze beleidsregel wordt onder drugshandel verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezigheid van drugs dan wel de voorbereidingshandelingen daartoe door middel van het voorhanden hebben van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3 of artikel 11a in een pand en/of de daarbij behorende erven.
Onderstaande beleidsregel ziet toe op de bevoegdheid tot het sluiten van panden en bijbehorende erven door de burgemeester bij verkoop, aflevering of verstrekking dan wel aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel woningen of lokalen en behorende erven dan wel het voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3 of artikel 11a Opiumwet in een woning of lokalen en behorende erven.
Zoals de redactie van artikel 13b Opiumwet aangeeft, heeft de burgemeester voor de handhaving van de handel in drugs in of vanuit panden en bijbehorende erven de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen. Om betrokkenen niet in de gelegenheid te stellen een financiële belangenafweging te maken, wordt er in beginsel geen gebruik gemaakt van het opleggen van een last onder dwangsom maar van een last onder bestuursdwang.
De bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang wordt aanwezig geacht indien sprake is van een handelshoeveelheid drugs. Meer dan 5 hennepplanten of meer dan 5 gram softdrugs, wordt in deze beleidsregel beschouwd als een handelshoeveelheid. Gekeken naar harddrugs, dan is in deze beleidsregel sprake van een handelshoeveelheid bij meer dan 0,5 gram (Voor GHB geldt een hoeveelheid van 5 ml). Hiermee is aansluiting gezocht bij vaste jurisprudentie op basis van artikel 13b Opiumwet. Sinds de inwerkingtreding van de verruiming van artikel 13b Opiumwet op 1 januari 2019 wordt de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang ook aanwezig geacht indien sprake is van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10 a lid 1 onder 3 of artikel 11a Opiumwet die zijn bestemd zijn voor (de voorbereiding van) de drugshandel. Het gaat hierbij om voorwerpen of stoffen die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereid van drugs, zoals bepaalde apparatuur (cocaïnewasserij) of chemicaliën (apaan, zoutzuur) en versnijdingsmiddelen (Kamerstukken II 2006/07, 34763, 3,(Mvt). De situatie zal dus van dien aard moeten zijn dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het om voorbereidingshandelingen ten behoeve van drugs(handel) gaat. Dat vergt een bestuurlijke beoordeling die kan worden gebaseerd op de feitelijke omstandigheden zoals door de politie vastgesteld en vastgelegd in de bestuurlijke rapportage.
Niet spoedeisend/ spoedeisende bestuursdwang
Het uitgangspunt van deze beleidsregel is dat alvorens tot besluitvorming omtrent sluiting wordt overgegaan, een vooraankondiging wordt gegeven. In de vooraankondiging wordt het voornemen tot sluiting opgenomen. De belanghebbende wordt hierdoor in de gelegenheid gesteld op het voornemen tot sluiting een zienswijze te geven. De last onder bestuursdwang en toepassing hiervan is geregeld in de artikelen 5:21 e.v. Algemene wet bestuursrecht (Awb).In spoedeisende gevallen kan de burgemeester echter besluiten dat direct tot sluiting wordt overgegaan, aldus zonder vooraankondiging en zienswijze mogelijkheid. De last onder bestuursdwang moet dan, conform artikel 5:31 lid 2 Awb, zo spoedig mogelijk alsnog schriftelijk worden bevestigd. Uit de rechtspraak blijkt dat een termijn van twee weken nog heeft te gelden als ‘zo spoedig mogelijk’.
Onderverdeling beleid
Het beleid betreffende de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet wordt onderverdeeld in de volgende rubrieken:
Drugshandel in of vanuit woningen
Drugshandel in of vanuit (al dan niet voor het publiek opengestelde) lokalen
Drugshandel in of vanuit woningen
In de beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. Bij woningen grijpt een sluiting namelijk zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n). De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van een woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer.
In het kader van dit beleid wordt onder een woning een pand verstaan dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en dat/die daarvoor ook mag worden gebruikt (woongenot). Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse. Een (bedrijfs)woning die niet als woning wordt gebruikt wordt aangemerkt als lokaal.
Directe handhaving:
Er wordt voor gekozen om bij woningen ook direct te handhaven, omdat blijkt dat er vaak sprake is van een ernstige situatie. Het is immers een gegeven dat handel, productie, teelt en andere illegale activiteiten rondom zowel hard- als softdrugs, een ondermijnend en potentieel ontwricht effect hebben op de samenleving door de verwevenheid van onder- en bovenwereld, corruptie en de innesteling in lokale gemeenschappen en maatschappelijke sectoren. Bovendien worden woningen, waarbij meer dan de toegestane hoeveelheid drugs wordt gevonden, vaak niet overeenkomstig de bestemming gebruikt en is er sprake van bedrijfsmatigheid. Dit zorgt ervoor dat eveneens handhavend kan worden opgetreden op grond van het bestemmingsplan. Daarnaast dient het verplaatsingseffect van de desbetreffende handel vanuit inrichtingen naar woningen voorkomen te worden. Er wordt daarom voor gekozen om ook bij woningen adequaat op te treden, ondanks de woonbescherming en de waarborgen van artikel 8 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Artikel 13b Opiumwet voldoet in beginsel aan de eisen van artikel 8 EVRM, met name in die zin de sluitingsbevoegdheid een expliciete wettelijke grondslag heeft en noodzakelijk kan zijn in het belang van, afhankelijk van de concrete situatie, de openbare veiligheid, het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid en de bescherming van de rechten van omwonenden. Natuurlijk wordt elk concreet geval zorgvuldig bekeken, waarbij alle betrokken belangen zorgvuldig worden afgewogen.
Toepassing van de maatregel moet dus altijd zorgvuldig gebeuren. Er is extra zorgvuldigheid geboden, als er sprake is van (mogelijk) verblijf van minderjarige(n) in de woning. Anderzijds dienen minderjarige(n) ook beschermd te worden tegen blootstelling aan dergelijke situaties, daarom wordt in gevallen dat minderjarige(n) betrokken zijn een melding gedaan bij/overleg gepleegd met Centrum Jeugd en Gezin of andere zorgpartners. De extra zorgvuldigheid die geboden is bij de aanwezigheid van minderjarige(n), hoeft niet te betekenen dat de sluiting van de woning niet doorgaat.
Sluitingstermijn hard- en softdrugs in woningen
Harddrugs in woningen en bijbehorende erven
Overtreding
Sluiting
In of vanuit een woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. harddrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van > 0,5 gram of door middel van het voorhanden hebben van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3 of artikel 11a Opiumwet die zijn bestemd voor (de voorbereiding van) de harddrugshandel in de woning.
1e constatering:
6 maanden sluiting
2e constatering:
12 maanden sluiting
3e constatering:
Sluiting voor onbepaalde tijd
Softdrugs in woningen en bijbehorende erven
Overtreding
Sluiting
In of vanuit een woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van > 5 gram of > 5 planten of door middel van het voorhanden hebben van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3 of artikel 11a Opiumwet die zijn bestemd voor (de voorbereiding van) de softdrugshandel in de woning.
1e constatering:
3 maanden sluiting
2e constatering:
6 maanden sluiting
3e constatering:
12 maanden sluiting
4e constatering:
Sluiting voor onbepaalde tijd
Drugshandel in of vanuit (al dan niet voor publieke opengestelde) lokalen
Indien er geen sprake is van een ‘woning’, wordt het pand/de ruimte beschouwd als ‘lokaal’ in de zin van dit beleid. Onder de in deze categorie bedoelde panden vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende ervan (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten).
Drugshandel is of vanuit lokalen en behorende erven vormt eveneens een ernstige aantasting van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. Daarbij wordt een zware druk op de omgeving gelegd. Zeker in woongebieden wordt de aanwezigheid daarvan als zeer belastend ervaren. Bovendien vormt het een bedreiging voor de sociale veiligheid in de buurt. Er wordt dan ook gekozen om lokalen direct te handhaven.
Sluitingstermijn hard- en softdrugs in lokalen:
Harddrugs in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven
Overtreding
Sluiting
In of vanuit een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal, niet zijnde bewoonde woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel ten aanzien van harddrugs geconstateerd met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram of door middel van het voorhanden hebben van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3 of artikel 11a Opiumwet die zijn bestemd voor (de voorbereiding van) de harddrugshandel in het lokaal.
1e constatering:
12 maanden sluiting
2e constatering:
Sluiting voor onbepaalde tijd
Softdrugs in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven
Overtreding
Sluiting
In of vanuit een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal, niet zijnde bewoonde woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel ten aanzien van softdrugs geconstateerd met een handelshoeveelheid van > 5 gram of > 5 planten of door middel van het voorhanden hebben van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3 of artikel 11a Opiumwet die zijn bestemd voor (de voorbereiding van) de softdrugshandel in het lokaal.
1e constatering:
6 maanden sluiting
2e constatering:
12 maanden sluiting
3e constatering:
Sluiting voor onbepaalde tijd
Herhaling overtreding
De termijn waarbinnen er sprake is van een herhaalde overtreding is vijf jaar. Dus als een overtreding heeft plaatsgevonden en is geconstateerd, wordt van een volgende overtreding uitgegaan als de geconstateerde overtreding heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar na de vorige geconstateerde overtreding. Is de termijn langer dan vijf jaar, dan wordt de nieuwe overtreding die is geconstateerd, weer beschouwd als eerste geconstateerde overtreding.
Indien bij een tweede constatering sprake is van een middel dat niet op dezelfde lijst van de Opiumwet staat als het middel dat bij de eerste constatering is aangetroffen wordt uitgegaan van de maatregelen 2e constatering harddrugs.
Overzicht handhavingsmatrixen hard- en softdrugs in woningen of lokalen
Sluiting
Woningen
Lokalen
Harddrugs
Softdrugs
Harddrugs
Softdrugs
1e constatering
6 maanden
3 maanden
12 maanden
6 maanden
2e constatering
12 maanden
6 maanden
Onbepaalde tijd
12 maanden
3e constatering
Onbepaalde tijd
12 maanden
Onbepaalde tijd
4e constatering
Onbepaalde tijd
Artikel 4.
Handhavingsbeleid artikel 13b van de Opiumwet
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Land van Cuijk 2022