Bij de organisatie van evenementen in de open lucht (inclusief in tenten buiten de inrichting) zal een zekere mate van geluidshinder als zijnde onvermijdelijk optreden. Het uitgangspunt ten aanzien van geluid is dan ook niet dat niemand meer geluidshinder mag ondervinden. Het gaat erom dat de geluidshinder rond evenementen beter beheersbaar wordt en dat onevenredige geluidsoverlast kan worden voorkomen dan wel zo veel mogelijk wordt beperkt. Geluidsoverlast wordt niet alleen bepaald door het muziekniveau. Een ander aspect is de acceptatiegrens. Eén evenement per jaar op een bepaalde locatie zal op minder weerstand stuiten dan meerdere keren op eenzelfde locatie. Hetzelfde geldt voor een evenement dat om 23.00 uur stopt of een evenement dat om 02.00 uur eindigt. Een ander aspect is of men ook zelf bezoeker (bijv. buurtbewoner tijdens een buurtfeest) is van dat evenement.
De laatste jaren blijkt dat als wordt geklaagd over een evenement dit voornamelijk geluidsoverlast betreft. Men name de bastonen worden dan als hinderlijk ervaren. Daarom worden naast geluidsnormen in dB(A) nu ook normen voor de bastonen gesteld met maximale waarden in dB(C). De geluidsnormen in dB(C) zijn afhankelijk van de muzieksoort. In de meest voorkomende gevallen zullen deze niveaus tot maximaal 15 dB hoger liggen dan de overeenkomstige geluidsnormen in dB(A). Indien lagere normen zouden worden gesteld, wordt onevenredig afbreuk gedaan aan het typische karakter van de muziek en de beleving bij het publiek. Grotere verschillen tussen de dB(A)- en de dB(C)-waarde leiden vaak tot meer klachten en worden ook niet altijd door het publiek als prettig ervaren.
De verantwoordelijkheid om te voldoen aan de geluidsvoorschriften ligt altijd bij de organisatie. Organisatoren kunnen zelf tijdens het evenement geluidsmetingen uitvoeren. Door regelmatig zelf de geluidsniveaus te controleren, kan de organisatie geluidsoverlast en eventuele overtredingen voorkomen. Als duidelijk wordt dat de geluidsnormen worden overschreden, dient de organisator direct zelf in te grijpen.
Voor het maken van meer geluid wordt onderscheid gemaakt in het maken van meer geluid binnen of buiten een richting, zoals bedoeld in de Wet Milieubeheer. Onderstaand een schema ter illustratie.
Het maken van meer geluid binnen een inrichting
Binnen de inrichting gelden de geluidsnormen genoemd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het college van burgemeester en wethouders kan collectieve festiviteiten aanwijzen gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen voor één of meer delen van de gemeente. De inrichtingen in het aangewezen deel van de gemeente mogen gedurende de collectieve festiviteiten afwijken van de geluidsnormen genoemd in het activiteitenbesluit. Hiernaast mag 12 keer per jaar voor een individuele inrichting een kennisgeving voor een incidentele festiviteit worden ingediend. De betreffende inrichting mag dan tijdens deze festiviteit afwijken van de geluidsnormen genoemd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Wanneer sprake is van een collectieve festiviteit of een incidentele festiviteit mag tot 01.00 uur binnen de inrichting een geluidsnorm van maximaal 80 dB(A) en 95 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter, worden aangehouden. Het maximale equivalente geluidsniveau LAeq verschil veroorzaakt door de inrichting, mag niet meer bedragen dan 15 dB, gemeten tussen dB(A) en dB(C) op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter
Het maken van meer geluid buiten een inrichting
Buiten de inrichting kan een geluidsontheffing op grond van 4:6 van de APV worden aangevraagd. Hierbij zijn bij vergunningsplichtige evenementen andere geluidsnormen bepaald dan voor meldingsplichtige evenement.
Geluid bij meldingsplichtige evenementen
Meldingsplichtige evenementen mogen een maximaal bronniveau hebben van 105 dB(A) en 120 dB(C), gemeten op 1 meter afstand van de bron (geluidsbox). Een hoger bronniveau betekent dat dit meer impact op de leefomgeving heeft en voor het evenement een vergunning moet worden aangevraagd. Een bronniveau van 105 dB(A) en 120 dB(C) zou op een afstand van 25 meter een geluidsniveau op moeten leveren van 70 dB(A) en 95 dB(C). Op een afstand van 50 meter zou het geluidsniveau 65 dB(A) en 80 dB(C). De meldingsplichtige evenementen blijven binnen de algemeen aanvaarde norm, dat een normaal gesprek in een woning mogelijk is. Bovendien ligt de acceptatiegrens veelal hoger. Indien bezoekers worden blootgesteld aan geluidsniveaus hoger dan 92,5 dB(A) (gemeten op 1 meter van de bron), wordt de organisator voorgeschreven om betaalbare en goede oordoppen aan te bieden.
Bij meldingsplichtige evenementen gericht op de kinderen geldt in afwijking van bovenstaand een maximaal bronniveau van 88 dB(A) en 103 dB(C), gemeten op 1 meter afstand van de bron (geluidsbox). Dit om gehoorschade bij kinderen te voorkomen/beperken.
Geluid bij vergunningsplichtige evenementen
Vergunningplichtige evenementen kunnen evenementen zijn, waarbij versterkte muziek – met een bronniveau van meer dan 105 dB(A) – ten gehore wordt gebracht. Wanneer in de nabijheid woningen gelegen zijn zal dit al snel leiden tot overlast. Volgens de in 1996 door de Inspectie Milieuhygiëne Limburg uitgebrachte nota “Evenementen met een luidruchtig karakter” zou de gevelbelasting in de dag- en avondperiode, respectievelijk van 07.00 uur tot 19.00 uur en van 19.00 uur tot 23.00 uur, maximaal 70 à 75 dB(A) mogen bedragen en in de nachtperiode (van 23.00 uur tot 07.00 uur) tot maximaal 70 dB(A). Consequentie zou zijn, dat vrijwel geen enkel evenement kan worden vergund. Dit is niet gewenst, want evenementen zorgen voor levendigheid binnen de gemeente, vergroten de economische bedrijvigheid, bevorderen de onderlinge contacten tussen de burgers en dragen bij aan de promotie van de gemeente. Hiernaast gaat bij evenementen over een incidentele en relatief korte geluidsbelasting en wordt het aantal evenementen per locatie gemaximaliseerd.
Op basis van geluidsmetingen bij diverse vergunningplichtige evenementen is geconstateerd dat in de meeste gevallen aan de norm van 80 dB(A) en 95 dB(C) gemeten op de gevel van de dichtstbijzijnde woningen kan worden voldaan.
In onderstaande tabel zijn de geluidsnormen opgenomen die gelden op de gevel van een geluidsgevoelige bestemming, zoals woningen.
Algemene geluidsnormen
Periode
Tijden
Maximale gevelbelasting
Zondag t/m donderdag
07.00 - 13.00 uur
50 dB(A) – 65 dB(C)
13.00 - 23.00 uur
80 dB(A) – 95 dB(C)
23.00 - 07.00 uur
45 dB(A) – 60 dB(C)
Vrijdag, zaterdag, officiële feestdag of aangewezen collectiviteitsdag
07.00 - 13.00 uur
50 dB(A) – 65 dB(C)
13.00 - 01.00 uur
80 dB(A) – 95 dB(C)
01.00 - 07.00 uur
45 dB(A) – 60 dB(C)
Indien het zendniveau van de geluidsbronnen meer bedraagt dan 105 dB(A) en 120 (dB(C) (gemeten op 1 meter van de bron) kan de organisator bij zijn vergunningaanvraag worden verplicht vooraf een geluidsrapportage te overleggen, waaruit blijkt dat het geluidsniveau bij de dichtstbijzijnde woning van derden (of op een afstand van 50 meter) niet meer bedraagt dan de geldende geluidsnormen en er geen directe gehoorschade voor de bezoekers en crew zal plaatsvinden. Indien deze worden overschreden, dan kunnen in de vergunning middelvoorschriften worden opgenomen. Te denken valt aan het gebruik van een geluidsbegrenzer, de opstelling van de boxen en/of het podium. Indien de organisator niet bereid is deze middelvoorschriften te treffen, dan kan de vergunning worden geweigerd en kan het evenement geen doorgang hebben of zal de organisator moeten omzien naar een geschiktere locatie.
Als een organisatie van een evenement hogere normen nodig acht dan opgenomen in dit beleid, kan dit worden aangevraagd. Bij de aanvraag moet een gewenste hogere norm worden gemotiveerd en met een berekening worden onderbouwd. De gemeente zal per aanvraag beoordelen of de hogere waarden acceptabel zijn. Het college kan dan besluiten dat geen of hogere geluidsnormen gelden. Voorwaarde is wel dat er bijzondere omstandigheden zijn, die zwaarder wegen dan de belangen van de bewoners in de omgeving van de locatie waarop het evenement zal plaatsvinden.
Overigens moet aan de gestelde geluidsnormen van 80 dB(A) en 95 dB(C) niet altijd en te veel waarde worden gehecht. Immers blijkt vaak dat niet eens het aantal decibellen de allesbepalende en overheersende factor is bij de mate van overlast. Veel mensen die geluidsoverlast ervaren vinden bepaalde (versterkte) muziek per definitie hinderlijk. De grens tussen hinderlijk, zeer hinderlijk of hard en keihard wordt dan steeds moeilijker vast te stellen. Ook het genre van de muziek speelt nog een rol.
Andere factoren – die wel eenvoudig zijn vast te stellen – zijn vaak veel bepalender bij het vast stellen van de mate van overlast:
het tijdstip van een evenement (overdag of avond) en vooral: eindtijd;
het aantal dagen dat een evenement duurt;
het aantal weekenden achter elkaar dat er evenementen zijn (rustperiode);
tijdige vooraankondiging van een evenement.
Uitzonderingen Wilhelminaplein en Raadhuisplein in Boxmeer
In de voormalige gemeente Boxmeer heeft een geluidsonderzoek plaatsgevonden op alle evenementenlocaties. Bij evenementen op het Wilhelminaplein en het Raadhuisplein is in het verleden geconstateerd dat niet altijd de normen worden gehaald, omdat de dichtstbijzijnde woningen direct aan/boven de evenementlocaties liggen. Het is voor evenementen op deze locaties vrijwel onmogelijk om aan gewenste geluidnormen te voldoen. Gelet op het belang en de lang bestaande situatie van deze evenementenlocaties, het beperkte aantal klachten uit de directe omgeving en de tijdelijkheid van de geluidbelasting zijn voor deze specifieke evenementenlocaties andere meetpunten bepaald. Enige geluidsoverlast is ook inherent aan het wonen in een centrum.
De geluidsnormen voor het Wilhelminaplein en het Raadhuisplein worden gemeten op de aangegeven referentiepunten in onderstaande figuren.
Uitzondering Grotestraat in Cuijk
Net als het Wilhelminaplein en de Raadhuisplein in Boxmeer, staan ook de panden in de Grotestraat in Cuijk dicht op elkaar staan. Het is voor evenementen op deze locatie vrijwel onmogelijk om aan gewenste geluidnormen te voldoen. Gelet op het belang en de lang bestaande situatie van deze evenementenlocatie en de tijdelijkheid van de geluidbelasting zou het wenselijk zijn om voor deze specifieke evenementenlocatie ook andere meetpunten te bepalen. Enige geluidsoverlast is ook inherent aan het wonen in een centrum. Dit kan echter pas worden bepaald naar aanleiding van een geluidsonderzoek. Dit geluidsonderzoek wordt uitgevoerd gelijktijdig met het opstellen van de locatieprofielen van de evenemententerreinen in de voormalige gemeenten Sint Anthonis, Cuijk, Grave, Mill & Sint Hubert. Tot die tijd wordt voor deze specifieke locatie de geluidsnormen van 90 dB(A) en 98 dB(C) gemeten op de gevel van de dichtstbijzijnde woningen gehanteerd.
Uitzondering Maaskade in Cuijk
Op de Maaskade in Cuijk is het moeilijk te meten op de meest nabije geluidgevoelige bestemming. Zodra het geluidsonderzoek op de diverse evenemententerreinen is uitgevoerd, kan voor deze locatie specifieke meetpunten worden bepaald. Tot die tijd wordt daarom per evenement bekeken welke meetpunten worden gehanteerd.
Geluid in stiltegebieden
In en nabij stiltegebieden bepaald de Provincie de geluidsnormen. In en nabij een stiltegebied zijn de natuurlijke geluiden van flora en fauna heel belangrijk. Daarom gelden binnen en nabij stiltegebieden regels om geluidhinder te beperken of te voorkomen. Sommige activiteiten in en rondom stiltegebieden zijn verboden. Het gaat bijvoorbeeld om: omroepinstallaties of muziekinstrumenten gebruiken, toertochten voor motorvoertuigen houden, met waterscooters varen. Hiervoor kan wel een ontheffing worden aangevraagd bij de Provincie. Let op: voor een activiteit in en nabij een stiltegebied kunnen ook nog andere ontheffingen of vergunningen nodig zijn. Bijvoorbeeld op grond van de Wet milieubeheer, de Natuurbeschermingswet of de Algemene Plaatselijke Verordening.