**1..** De belasting wordt niet geheven ter zake van:
van voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk en de provincie, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst;
voor het gebruik of genot door de gemeente van de openbare gemeentegrond of het openbaar gemeentewater en voor het hebben onder of op die grond of dat water van voorwerpen, werken of inrichtingen, welke aan de gemeente in eigendom toebehoren en bij haar in gebruik zijn;
voor het gebruik of genot van de openbare gemeentegrond of het openbaar gemeentewater ten behoeve van bouwwerken, welke voor rekening van de gemeente worden gebouwd, verbouwd of hersteld en door haar worden of zullen worden gebruikt;
voor het hebben op gemeentegrond van wegwijzers of soortgelijke voorwerpen van de Koninklijke Nederlandse toeristenbond A.N.W.B. en van daarmede op één lijn te stellen lichamen;
van rails, wachthuisjes, haltebordjes, standplaatsen enz. ten behoeve van openbare middelen van vervoer;
van voorwerpen of werken welke in een uitsluitend algemeen belang voorzien;
van voorwerpen of werken waarvoor krachtens een andere gemeentelijke heffingsverordening reeds belasting is verschuldigd;
voor het hebben onder, op of boven gemeentegrond van voorwerpen welke daar ingevolge wettelijk voorschrift kosteloos of tegen een bij krachtens dat voorschrift bepaalde vergoeding moeten worden gedoogd;
voor het innemen van een standplaats op openbare gemeentegrond ten behoeve van politieke partijen;
voor het gebruikmaken van openbare gemeentegrond ten behoeve van activiteiten waarvan de opbrengst ten goede komt aan charitatieve doelen.
**2..** Indien het door een belastingplichtige krachtens deze verordening verschuldigde belastingbedrag minder dan € 20,00 bedraagt, blijft de heffing achterwege.
Artikel 13.
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2022