Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 11:

Inleidend verzoek

Onderdeel van Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022

1.. Een inleidend verzoek voor agendering van een alternatief burgervoorstel bestaat uit een aanduiding van het ontwerp raads- of collegebesluit waarop het verzoek betrekking heeft en een alternatief burgervoorstel voor dit raads- of collegebesluit bestaande uit een titel, een samenvatting, een uitwerking en de voornamen, achternamen, adressen en geboortedata van minimaal drie en maximaal zeven initiatiefnemers die gerechtigd zijn het initiatief te vertegenwoordigen. 2.. Voor het alternatieve burgervoorstel gelden de volgende vormvereisten: de titel is kort en bondig, vat het voorstel kernachtig samen en is niet misleidend; de samenvatting bedraagt maximaal 200 woorden; de uitwerking bedraagt maximaal 2.500 woorden; het mag niet meerdere onderwerpen bevatten die geheel losstaan van elkaar. 3.. Bij het uitwerken van het alternatief burgervoorstel kunnen burgers aanspraak maken op ambtelijke ondersteuning. 4.. Het inleidend verzoek wordt ondersteund door ten minste duizend ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het zevende lid, wordt verstrekt. 5.. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk zeven dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raads – of collegebesluit wordt besproken. 6.. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek wordt gedaan door opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 7.. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raads- of collegebesluit wordt vermeld evenals titel en samenvatting van het alternatief burgervoorstel. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 8.. De raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. Hierbij kan zij de methode van een steekproef gebruiken. 9.. Bij strijdigheid met de vormvereisten als bedoeld in het tweede lid krijgen de initiatiefnemers eenmalig gelegenheid hun alternatief burgervoorstel aan te passen, waarbij de termijn zoals bedoeld in lid 5 onverkort geldt. 10.. Op basis van het advies van de initiatief- en referendumcommissie zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, beslist de raad, artikel 2 in aanmerking nemend, of het inleidend verzoek wordt toegelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel