Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 14

– Boete niet verschijnen brede intake en meewerkplicht

Onderdeel van Beleidsregels inburgering Voorschoten 2022

1.. De gemeente handhaaft de verplichtingen bij de brede intake in overeenstemming met het gestelde in artikel 3.1.1 van de toelichting op besluit. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit. 2.. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake, geeft het college hem een schriftelijke waarschuwing. In de schriftelijke waarschuwing vermeldt het college: een nieuwe datum en tijdstip voor de brede intake; wat de gevolgen zijn als de inburgeringsplichtige niet op de brede intake verschijnt of niet aan de brede intake meewerkt, zoals beschreven in artikel 14, vierde lid. 3.. Na afgifte van de schriftelijke waarschuwing wordt de inburgeringsplichtige zo snel mogelijk opnieuw opgeroepen voor de brede intake. 4.. Wanneer de inburgeringsplichtige na de waarschuwing en de tweede oproep niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake, legt het college hem een boete op van 250 euro. Het college stelt de inburgeringsplichtige in de gelegenheid zijn of haar zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een boete. Het college volgt daarbij de procedure van artikel 5:50 Awb. In de boetebeschikking vermeldt het college: een nieuwe datum en tijdstip voor de brede intake; wat de gevolgen zijn als de inburgeringsplichtige niet op de brede intake verschijnt of niet aan de brede intake meewerkt, zoals beschreven in artikel 14, zesde lid. 5.. Tussen de datum van het boetebesluit en de brede intake ligt maximaal twee maanden. 6.. Wanneer de inburgeringsplichtige na de boete en de derde oproep niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake, legt het college hem een boete op van 250 euro en voltooit het college de brede intake in afwezigheid van de inburgeringsplichtige. De tweede en derde volzin van het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 7.. Het college kan het boetebedrag verlagen wanneer het boetebedrag vanwege bijzondere individuele omstandigheden te hoog wordt geacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel