In hoofdstuk vier van het Handhavingsbeleid 2012-2014 zijn doelstellingen geformuleerd. Volgens de hoofddoelstelling is handhaving niet een opzichzelfstaand onderdeel, maar vormt het een belangrijk onderdeel van de publieke taak en is het onlosmakelijk verbonden met het vergunning- en meldingstelsel binnen de Nederlandse wet- en regelgeving. Volgens artikel 21 van onze Grondwet: "De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu." Deze algemene doelstelling is vervolgens gespecificeerd en vertaald naar vier soorten doelstellingen:
Inputdoelstellingen;
Outputdoelstellingen;
Kwaliteitsdoelstellingen;
Naleefdoelstellingen.
Ad. 1 en 2: Input- en outputdoelstellingen
Deze doelstellingen zijn opgenomen in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (HUP’s) en daar wordt jaarlijks verantwoording over afgelegd in het jaarverslag. In de afgelopen beleidsperiode (2012-2014) is de systematiek uitgewerkt en geconcretiseerd. In de nieuwe beleidsperiode (2015-2018) worden deze doelstellingen niet meer in het beleid opgenomen maar in het HUP. De input en output zijn geen doel op zich maar een middel om de strategische doelstellingen te bereiken.
Ad. 3: Kwaliteitsdoelstellingen
In de afgelopen beleidsperiode is ervaring opgedaan met de kwaliteitsdoelstellingen. Dit heeft er toe geleid heeft dat meer inzicht is in de soorten klachten, overtredingen, termijnen en procedures waardoor er meer kennis en kengetallen beschikbaar zijn. Hierdoor wordt monitoring, bijsturen en verslaglegging vergemakkelijkt en kan in een volgend jaar in het HUP en ambtelijke inzet meer rekening mee worden gehouden.
De doorlooptijd van handhavingszaken is niet verkort. Aanbeveling is om het handhavingsproces in de komende beleidsperiode ‘Lean’ te maken. Hierdoor zal de gemiddelde doorlooptijd en het onderhanden werk afnemen.
Het bewerkstelligen van de vermindering van de toezichtslast bij burgers en bedrijven is een proces dat stapsgewijs gebeurt. In de afgelopen beleidsperiode is hier, mede door toepassing van signaalkaarten, uitvoering aangegeven. Bij deze vorm van toezicht houdt de toezichthouder ook toezicht op aspecten buiten zijn primaire aandachtsveld. Een ander voorbeeld is dat uitvoeringsprogramma’s (steeds meer) op elkaar worden afgestemd en op niveau van de toezichthouders wordt besproken waar, wanneer en hoe er gecontroleerd wordt. In de komende beleidsperiode moet, onder andere door meer projectmatig werken, hier een kwantitatieve en kwalitatieve slag gemaakt worden. Er zal in dit kader een intensieve samenwerking met de RUD worden opgestart.
Ad. 4: Naleefdoelstellingen
In het Integraal Handhavingsbeleid 2012-2014 zijn geen concrete naleefdoelstellingen geformuleerd.
De doelstelling die is geformuleerd ziet op de verbetering van het naleefgerdrag in het algemeen en op de ontwikkeling van kengetallen. Door middel van registratie van handhavings- inspanningen en resultaten is per taakveld vastgelegd hoe het naleefgedrag is geweest. Dit maakt het mogelijk om de doelstellingen voor de komende beleidsperiode concreet te formuleren.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.8
Evaluatie beleidsdoelstellingen
Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid Lopik 2015-2018