Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.2

Gebiedsbeschrijving

Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid Lopik 2015-2018

De gemeente Lopik kent een aantal kenmerkende gebieden, met elk hun eigen te beschermen waarden. Linten Linten zijn ontstaan op de dijken (landelijke dijklinten), langs veenstroompjes en later ook langs gegraven weteringen (landelijke ontginningslinten). Landelijke ontginningslinten bestaan uit overwegend vrijstaande bebouwing. Deze kan van oorsprong een relatie hebben met het achterliggende agrarische gebied. Ze zijn op de verkavelingsrichting en niet op de weg gesitueerd. De bebouwing staat overwegend op een behoorlijke afstand van elkaar. In een aantal gevallen staan enkele gebouwen dichter bij elkaar. Het beeld van een landelijk ontginningslint wordt echter gekenmerkt door een zekere openheid. Deze wordt versterkt door de situering van de bebouwing; overwegend op enige afstand van de wetering of weg. De kapvorm van de bebouwing aan de landelijke ontginningslinten bestaat overwegend uit een zadeldak in dwarsrichting. Als uitlopers van de verdichting in een dorpskern zijn kleine clusters van bebouwing (buurtschappen) langs delen van de ontginningslinten ontstaat. Het type bebouwing verschilt niet ten opzichte van de bebouwing aan landelijke linten, hoewel meer niet-agrarische bebouwing voorkomt. Landelijke dijklinten bestaan uit vrijstaande bebouwing overwegend op een behoorlijke afstand van elkaar. Het beeld wordt gekenmerkt door openheid hetgeen wordt versterkt door de situering van de bebouwing aan de voet van de dijk. Deze bebouwing heeft van oorsprong een relatie met het water of met het achterliggende agrarische gebied. Hierdoor bevinden zich aan de dijklinten zowel (voormalige) agrarische bebouwing als eenvoudige arbeiderswoningen. De landelijke ontginningslinten in Lopik worden gekenmerkt door een open karakter. De bebouwing is aan weerszijde van de weg gesitueerd, met daartussen de wetering. De bebouwing is in deze linten, net als bij de uitlopers en buurtschappen, in de richting van de kavel gesitueerd. De overwegende bouwhoogte is 1 laag met een forse kap. De overwegend toegepaste kapvormen zijn zadeldaken of schilddaken. De kappen zijn zowel in riet als met pannen uitgevoerd. De uitlopers van ontginningslinten zijn kleine clusters van bebouwing soms direct aan de kern, als uitloper van de verdichting in de dorpskern. Sniepen De uitlopers bestaan uit een ontginningslint met tussenlint. Kenmerkend voor dit ontginningslint met tussenlint zijn de eilandjes, of sniepen. Op de sniep werd vroeger riet verbouwd, dat werd gebruikt voor de daken van de boerderijen. Later werden de sniepen voorzien van bebouwing en werden de gronden in gebruik genomen als groentetuin. Op de sniepen komt meer niet-agrarische bebouwing voor dan in de ontginningslinten. Er komen zowel historische kleine(woon)boerderijen voor als bebouwing uit de jaren ’50. De bebouwing op de sniep is evenwijdig aan de wetering gesitueerd. De bebouwing varieert van 1 laag met kap tot 2 lagen met een kap, waarbij de kaprichting varieert. Er worden op de sniepen zowel rieten kappen, als kappen met gebakken pannen toegepast. Als detaillering is gebruik gemaakt van muurankers, luiken en rollagen in een afwijkende kleur en vorm van de overige bebouwing. De uitlopers in Lopik dorp bestaan uit een smalle strook land gelegen tussen de watering en de achterliggende woonwijken. In Lopik dorp vormen de sniepen een fysieke verbinding tussen het historisch dorpsgebied en het buitengebied. De sniepen vormen de eerste uitbreidingen van het historische dorpsgebied. De bebouwing op de sniepen heeft een minder kleinschalig karakter dan de bebouwing in de historische kern. De bouwhoogte varieert van 1 laag met kap tot 2 lagen met kap. De kapvormen variëren sterk. Naast zadeldaken komen mansardekappen en schilddaken voor. De gevels hebben een verticale geleding en zijn rijk gedetailleerd. Er is gebruik gemaakt van grote bakgoten. De kavels worden ontsloten door een brug over de wetering vanuit het lint. Het lint heeft een gesloten karakter en wordt opener naarmate verder het buitengebied ingegaan wordt. Er komen in het buitengebied van de gemeente Lopik twee buurtschappen voor langs de ontginningslinten; Polsbroekerdam en Willige Langerak. Deze bestaan niet uit een sniep, maar uit lintbebouwing aan weerszijde van een wetering of weg. De bebouwing bestaat uit agrarische bedrijfs- en woonbebouwing. De bebouwing is in deze linten in de richting van de kavel gesitueerd. De overwegende bouwhoogte is 1 laag met een forse kap. Er komt zowel bebouwing voor met een rieten kap als met een kap van pannen in rode of zwarte kleur. Landelijk dijklint De Lekdijk wordt over de volle breedte van de gemeente Lopik getypeerd als landelijk dijklint. Het dijklint heeft een open karakter. Door de dijkverzwaringen is de oorspronkelijke kruin van de dijk verschoven in de richting van de Lek, waardoor aan de binnenzijde van de dijk een overwegend flauw talud is ontstaan. Hierdoor is de afstand van de bebouwing tot aan de kruin van de Lekdijk groter geworden. De bebouwing bevind zich binnendijks aan de voet van de dijk en is gesitueerd in de richting van de kavel. Het zijn voornamelijk historische boerderijen zowel met, als zonder agrarische functie. De overwegende bouwhoogte is 1 laag met een forse kap. De kappen bestaan zowel uit riet als uit zwarte gebakken pannen. De enige bebouwing aan de buitenzijde van de dijk is te vinden ter hoogte van de kern Jaarsveld. Het gaat hierbij om enkele woningen en ’t Oude Veerhuis, welke op dezelfde hoogte als de dijk staan. De woningen zijn opgebouwd uit een donkere steen, en voorzien van een kap met zwarte gebakken pannen. De woningen zijn in de richting van de kavel gesitueerd. ’t Oude Veerhuis is een vrijstaand pand, met een wit gestucte gevel. Vroeger lag hier het veer naar Ameide. Historische dorpskernen De historisch gegroeide dorpskernen vormen waardevolle elementen in het huidige beeld van de gemeente. Ze vormen de historische context van veel objecten van cultuurhistorische waarde en ondersteunen de oriëntatie binnen de gemeente. De landschappelijke en historische ontwikkeling van de gebieden zijn bepalend geweest voor de huidige historische identiteit. De dorpskernen in de gemeente Lopik zijn op verschillende manieren ontstaan, doch kennen een hun oorsprong aan één ven de ontginningslinten. Behoudens Jaarsveld, dit dorp heeft zich ontwikkeld langs de Lekdijk. De ontginningslinten waarlangs de overige dorpskeren zijn ontstaan worden gekenmerkt door langgerekte landschappelijke lijnen met bebouwing in verschillende dichtheden. De bebouwing aan de ontginningslinten heeft overwegend dezelfde richting als de strokenverkaveling. De dichtheid en de beleving van open- dan wel beslotenheid van bebouwing in de ontginningslinten verschilt. De vestiging van een kerk of de aanwezigheid van een kasteel zijn historische gegevens waardoor ter plaatse aan een ontginningslint een kern ontstaan is. Hier vestigden zich de dienstverlenende en maatschappelijke functies. Naoorlogse dorpsgebieden Deze gebieden worden gekenmerkt door een planmatig ontworpen stedenbouwkundige opzet, een zorgvuldige omgang met de openbare ruimte en een bebouwingsbeeld met een grote gemene deler, zoals herhaling van bouwblokken en bouwstijlen. De kernkwaliteiten betreffen de specifieke gebiedskenmerken, waaronder de stedenbouwkundige structuur, de verzorgde openbare ruimte en de samenhang per bouwblok en tussen de bouwblokken onderling. Bedrijventerrein De Copen Er is sprake van een pluriforme uitstraling met ruimte voor expressie en afwisseling. De kernkwaliteiten betreffen de specifieke gebiedskenmerken, waaronder de onderlinge relatie in maatvoering en plaatsing, de bedrijfsmatige c.q. industriële karakteristiek die tot uitdrukking komt in vormgeving, materiaal en kleur, en de inrichting van de openbare ruimte. MOB complexen, recreatiegebieden en sportterreinen De waarden en kernkwaliteiten betreffen de bestaande landschappelijke en stedenbouwkundige setting, de bestaande samenhang in de bebouwing per locatie en de relatie van de bebouwing met de groene karakteristiek van de omgeving, die onder meer tot uitdrukking komt in eenvoudige bouwvormen, transparantie, traditionele materialen en ingetogen, gedekte kleuren.

Rechtspraak bij dit artikel