Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3

Artikel 6.3.3

Actief: gebiedsgerichte controle

Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid Lopik 2015-2018

Een surveillance kan ook resulteren in een controle, op basis waarvan een handhavingtraject moet worden opgestart. Deze controle zal vooral in buitengebieden leiden tot het constateren van uiteenlopende vormen van strijdig (planologisch) gebruik, mede door de veranderingen in de wetgeving per 1 november 2014 (de uitbreiding van het vergunningvrij bouwen en de verruiming van de mogelijkheden tot planologisch afwijkend gebruik, ook buiten de bebouwde kom). Het belang van een tijdige signalering is tweeledig: ernstige overtredingen worden eerder gesignaleerd en aangepakt (mits prioritair), en de informatie is direct bruikbaar ten behoeve van andere disciplines, bijvoorbeeld vergunningverlening. De gebiedsgerichte controle kan ook worden ingezet voor de taakvelden milieu, bouwen en openbare ruimte. Tijdens de controle heeft de toezichthouder specifiek oog voor een of meerdere controlepunten. Voorbeelden hiervan zijn bebouwing in voorerfgebied, gevelinventarisatie milieu of foutief parkeren. Met het afnemen van vergunningplichtige activiteiten en het toenemen van vergunningvrije of meldingsplichtige werkzaamheden neemt de kans op afwijkend handelen toe. Daar waar minder inzet nodig is voor vergunningverlening, blijkt uit de praktijk dat intensivering van toezicht en handhaving noodzakelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel