Legenda
Figuur: De blanco interventiematrix
De handhaver6Een handhaver kan zowel een toezichthouder als een jurist zijn bepaalt ten eerste in welk segment van de interventiematrix de bevinding moet worden gepositioneerd.
Dit gebeurt door;
te beoordelen welke gevolgen het geconstateerde heeft of kan hebben voor de leefomgeving en wat de maatschappelijke relevantie is, en;
door de overtreder te typeren.
Ad 1
De gevolgen van bevindingen worden beoordeeld als:
vrijwel nihil, of;
beperkt, of;
van belang – er is sprake van een aanmerkelijk risico dat de overtreding schade aan de leefomgeving toebrengt en/of maatschappelijke onrust geeft, of;
aanzienlijk, dreigend en / of onomkeerbaar. Dit is onder andere het geval wanneer de overtreding ernstige gevolgen voor de leefomgeving tot gevolg heeft en/of maatschappelijke onrust geeft.
Ad 2
De overtreder wordt getypeerd als:
goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen (de overtreding is het gevolg van onbedoeld handelen), of;
onverschillig/reactief (overtreder neemt het niet zo nauw met het algemeen belang, heeft een onverschillige houding, de overtreding en de gevolgen van zijn handelen laten hem koud), of;
opportunistisch en calculerend, er is sprake van het bewust belemmeren van toezichthouders, er is sprake van mogelijkheidsbewustzijn, maar de gevolgen worden op de koop toe genomen, bewust risico nemend, of;
bewust en structureel de regels overtredend en/of crimineel of deel uitmakend van een criminele organisatie (overtreder houdt zich bezig met fraude/, oplichting en/of witwassen).
Bij de typering van de overtreder kijkt de handhaver dus verder dan de bevinding op zich en neemt hij diens gedrag en toezicht- en handhavinghistorie mee in beschouwing. Als de handhaver niet in staat is om de overtreder te typeren, dan is typering B (onverschillig/reactief) het vertrekpunt.
De handhaver bepaalt tot slot of er sprake is van verzachtende of verzwarende argumenten. Bij verzachtende argumenten wordt de in de interventiematrix gepositioneerde overtreding één segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst. Bij verzwarende argumenten, waaronder recidive, is de verplaatsing één segment naar rechts en vervolgens één segment naar boven. Als er meer verzachtende of verzwarende argumenten zijn, levert dit toch maar één verplaatsing op.
Als legalisatie van de overtreding mogelijk is, is dat de aangewezen weg gelet op de hieruit voortvloeiende rechtszekerheid voor alle betrokkenen. Dit laat het toepassen van de landelijke handhavingstrategie en de interventiematrix onverlet, omdat er maatregelen nodig kunnen zijn om de overtreding te beëindigen en de gevolgen te beperken of weg te nemen. Bij het toepassen van de interventiematrix is de mogelijkheid van legalisatie een verzachtende omstandigheid.
Er kunnen tot slot omstandigheden zijn om bij een overtreding van handhaven af te zien op basis van een vastgestelde gedoogstrategie. Onder gedogen wordt verstaan het expliciete besluit van een bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding niet handhavend op te treden. De nota ‘Gedogen in Nederland’7Gedogen in Nederland 25085, nr 2, 1996-1997. bevat het landelijke kader voor gedogen: een gedoogsituatie is van tijdelijke aard doordat het handelen binnen afziebare tijd ophoudt dan wel doordat waarschijnlijk een vergunning zal worden verleend. Ingeval tot gedogen wordt besloten dient het landelijke kader voor gedogen onverkort te worden gevolgd. Gedogen laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.4
Artikel 6.4.1
Interventiematrix
Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid Lopik 2015-2018