Het juridisch kader van het standplaatsenbeleid wordt bepaald door afdeling 4 Standplaatsen van de APV. In artikel 5:18 van de APV zijn in samenhang met artikel 1:8 van de APV de weigeringsgronden opgenomen, zie bijlage 1. In de paragrafen 2.4 en 2.5 van deze notitie worden de toetsingscriteria en weigeringsgronden uit de APV met betrekking tot standplaatsen behandeld.
Het juridisch kader is echter breder dan de APV. Naast de APV kunnen ook één of meerdere van de volgende regelingen of wetten van toepassing zijn op de standplaatshouder:
Privaatrechtelijke regelingen
Indien de gemeente eigenaar van de grond is kan zij een vergoeding voor het gebruik van de grond bedingen. Dit zou kunnen door middel van een huurcontract. Het is niet mogelijk om alleen via de privaatrechtelijke weg, namelijk als eigenaar van de grond, standplaatsen uit te geven. De gemeente moet zich namelijk ook langs deze weg aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur houden en ze mag de bedoeling van de wet niet omzeilen. Ook de rechtsbescherming van de burger kan hierdoor worden aangetast. Wel kan de gemeente, evenals andere grondeigenaren, op grond van haar eigendomsrecht, besluiten geen medewerking te verlenen aan het innemen van een standplaats op gemeentegrond die niet deel uit maakt van de openbare weg.
Grondwet
Artikel 7 van de Grondwet (vrijheid van meningsuiting) brengt met zich mee, dat voor het aanbieden van gedrukte stukken geen vergunning kan worden geëist. Als dit echter gebeurt vanaf een standplaats, is voor het innemen van de standplaats wel een vergunning vereist.
Warenwet
De Warenwet stelt regels met betrekking tot de hoedanigheid en aanduiding van waren. Daarnaast stelt deze wet eisen aan de hygiëne en degelijkheid van producten. De Warenwet geldt ook voor het drijven van handel vanaf een standplaats.
Winkeltijdenwet
De bepalingen uit de Winkeltijdenwet gelden ook voor standplaatsen (art. 2, lid 2 Winkeltijdenwet). Op basis van de Winkeltijdenwet mag een standplaats op werkdagen (maandag tot en met zaterdag) van 06:00 tot 22:00 uur worden ingenomen.
Winkeltijdenverordening Lopik
De bepalingen uit de Winkeltijdenverordening gelden ook voor standplaatsen.
Wet Milieubeheer
In de Wet Milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor standplaatshouders. Denk aan milieueisen die aan mobiele verkoopinrichtingen van vis en snacks worden gesteld. Deze eisen betreffen in hoofdzaak de gevolgen van het bakken die betrekking hebben op zaken als vetafscheiding van het afvalwater en voorkomen van stankoverlast. Dit wordt van geval tot geval beoordeeld, afhankelijk van de situatie ter plaatse. De standplaatshouder kan verplicht worden gesteld zelf voldoende maatregelen te nemen om zwerfvuil rond de standplaats te voorkomen. Deze regels worden in de voorschriften opgenomen.
Wet op de Ruimtelijke ordening
Omdat een standplaats een mobiel karakter heeft, zal geen definitieve planologische reservering plaatsvinden.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Op grond van artikel 2.1, eerste lid, sub a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verboden te bouwen zonder vergunning van burgemeester en wethouders. Voorts is het op grond van artikel 2.1, eerste lid, sub c, van de Wabo verboden zonder een omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. Een standplaatshouder met een mobiele wagen die elke avond zijn standplaats ontruimt, heeft geen omgevingsvergunning nodig.