Het college geeft een schriftelijke waarschuwing af als de inburgeringsplichtige de afspraken in het PIP tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt.
Het college geeft een schriftelijke waarschuwing af als de asielstatushouder verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de gekozen leerroute.
Het college nodigt de asielstatushouder binnen 5 werkdagen na de schriftelijke waarschuwing uit en stelt hem in de gelegenheid om zijn verzuim te herstellen en het traject weer op te pakken.
Wanneer de inburgeringsplichtige na de oproep zoals bedoelt in lid 3 van dit artikel niet verschijnt, kan het college de inburgeringsplichtige een boete opleggen. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit.
Voordat het college een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt het college hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze binnen 7 kalenderdagen na het laatst genoemde gesprek per brief kenbaar te maken.
Op basis van het gesprek met de inburgeringsplichtige dan wel zijn of haar schriftelijke zienswijze bepaalt het college de mate van verwijtbaarheid. Als er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid stemt het college de hoogte van de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1 van het Besluit.
Het college legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
Artikel 15
Handhaving tijdens het inburgeringstraject
Onderdeel van Beleidsregel inburgering gemeente Peel en Maas