Het college neemt zo snel als mogelijk bij de inburgeringsplichtige een brede intake af. Met de informatie uit deze brede intake verkrijgt het college een beeld van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van de inburgeringsplichtige. Het college geeft in samenspraak met de inburgeringsplichtige en op basis van de uitkomsten van de brede intake invulling aan het inburgeringstraject.
De brede intake wordt zo vroeg mogelijk afgenomen, bij voorkeur zodra de inburgeringsplichtige bekend is bij het college. Voor asielstatushouders is dit het moment van koppeling aan het college, voor gezinsmigranten en overige migranten is dit het moment van inschrijving in het college.
De brede intake bestaat in ieder geval uit:
een onderzoek naar het onderwijsniveau en de werkervaring van de inburgeringsplichtige;
een onderzoek naar de persoonlijke omstandigheden van de inburgeringsplichtige, waaronder de fysieke en mentale gezondheid;
voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om het kind van de inburgeringsplichtige deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; en
een leerbaarheidstoets. Deze toets wordt uitgevoerd door het college.
Het college brengt met de brede intake in ieder geval in kaart:
het taalniveau van de inburgeringsplichtige;
de mogelijkheden tot (arbeids)participatie;
de mate van zelfredzaamheid; en
de wensen van de inburgeringsplichtige over inburgering en arbeidsparticipatie.
Het college legt de uitkomsten van de brede intake schriftelijk vast.