**1..** Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en)
**2..** Bij het uitvoeren van een herstellend handhavingstraject hanteert het college van de gemeente Putten de volgende stappen:
stap 1: schriftelijke aanwijzing;
stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang;
stap 3: exploitatieverbod;
stap 4: intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang.
**3..** Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen in het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.
**4..** Wanneer een herstelaanbod (vanaf 1 januari 2019), gegeven door de toezichthouder van de GGD, niet (voldoende) opgevolgd wordt, dan wordt dit door het college aangemerkt als een verzwarende omstandigheid en kan in beginsel stap 1 (aanwijzing) worden overgeslagen. Tenzij het niet opvolgen van het herstelaanbod niet verwijtbaar is aan de houder, vanwege bijvoorbeeld overmacht.
**5..** De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht (bijlage 1).
**6..** Bij het geven van een aanwijzing gelden in beginsel de volgende hersteltermijnen:
prioriteit hoog: maximaal 2 weken;
prioriteit gemiddeld: maximaal 2 maanden;
prioriteit laag: maximaal 6 maanden.
Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien ervoor gekozen is om een last onder dwangsom / last onder bestuursdwang in te zetten.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Herstelmaatregel
Onderdeel van Beleidsregels handhaving wet kinderopvang gemeente Lopik