Naar hoofdinhoud
Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan vijf kilometer; speciale basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan vijf kilometer; speciaal onderwijs meer bedraagt dan vijf kilometer; voortgezet speciaal onderwijs meer bedraagt dan vijf kilometer. In het kader van het stimuleren van het zelfstandig reizen, kan het college overwegen om leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs (onder voorwaarden) wél in aanmerking te laten komen voor een vergoeding voor het openbaar vervoer. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat het een leerling met een beperking betreft. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders hierover advies vragen aan een onafhankelijk deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de leerling met een beperking om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.

Rechtspraak bij dit artikel