1. Personen komen, gelet op hun krachten en bekwaamheden, niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag omdat zij geacht worden voldoende uitzicht te hebben op inkomensverbetering, als zij:
a. op de peildatum of tijdens de referteperiode:
1°. uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgen of hebben gevolgd,
2°. studiefinanciering (hebben) ontvangen op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF), of
3°. een tegemoetkoming (hebben) ontvangen op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS);
b. op de peildatum inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf ontvangen;
c. op de peildatum in aanvulling op hun inkomsten uit arbeid een uitkering van de gemeente Westerveld ontvangen, tenzij is vastgesteld dat deze personen:
1°. medisch uren beperkt zijn, of
2°. naast het inkomen uit arbeid geen of een beperkt groeipotentieel hebben;
d. op de peildatum een uitkering ontvangen op grond van het Bbz2004 als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b van het Bbz2004;
e. op de peildatum een werkloosheidsuitkering ontvangen van het UWV;
f. op de peildatum een uitkering van de gemeente Westerveld ontvangen en gezien hun krachten en bekwaamheden geacht worden binnen 12 maanden betaalde arbeid te vinden;
g. in de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum een of meerdere maatregelen opgelegd hebben gekregen door of namens het college, een andere gemeente of het UWV wegens:
1°. het betonen van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan,
2°. schending van een arbeids- of re-integratieverplichting, of
3°. verwijtbare werkloosheid.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel g, kan een maatregel buiten beschouwing worden gelaten als deze is herzien op grond van de Beleidsregels inkeerregeling Westerveld 2020.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Uitzicht op inkomensverbetering
Onderdeel van Regelingen en beleidsregels minimavoorzieningen Gemeente Westerveld 2022