Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Participatiebijdrage

Onderdeel van Regelingen en beleidsregels minimavoorzieningen Gemeente Westerveld 2022

1. Het college verleent op aanvraag een participatiebijdrage aan een persoon of het gezin van 21 jaar of ouder als hij: op de aanvraagdatum inwoner is van gemeente Westerveld en behoort tot de kring van rechthebbenden bedoeld in § 2.2 van de wet; in de periode van één jaar voorafgaand aan de aanvraagdatum een inkomen heeft van ten hoogste 120% van de toepasselijke bijstandsnorm; geen in aanmerking te nemen vermogen heeft; een zelfstandig huishouden voert; a een eerder ten onrechte verstrekte participatiebijdrage geheel heeft terugbetaald. 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, geldt voor een belanghebbende die in de loop van het jaar zijn woonplaats in de gemeente Westerveld heeft, dat hij de participatiebijdrage over dat kalenderjaar naar rato ontvangt. Een gedeelte van de maand wordt daarbij afgerond op een volle maand. 3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, dient de statushouder in de periode die hij in Nederland verblijft (inclusief zijn verblijf in het asielzoekerscentrum) over een inkomen te beschikken lager of gelijkaan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm, indien hij in de periode voorafgaand aan zijn aanvraagkorter dan een jaar in Nederland verblijft en om die reden niet kan aantonen dat hij aan het eerste lid, onderdeel b, voldoet. 4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, geldt dat het vermogen gebonden in de woning en bijbehorend erf, niet als vermogen in aanmerking wordt genomen. Voorwaarde is dat de aanvrager zelfwoonachtig is in de woning (zoals bedoeld in Art.50 lid 1 PW). 5. De participatiebijdrage wordt geacht te worden besteed aan kosten die nodig zijn om mee te kunnen doen in de maatschappij. Daaronder wordt ook de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen verstaan.

Rechtspraak bij dit artikel