Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.2

Voorgeschiedenis

Onderdeel van Beleid permanente bewoning van recreatieverblijven Gemeente Lopik 2009

Op 14 december 2004 heeft de raad besloten dat geen enkel recreatieterrein in de gemeente Lopik in aanmerking komt voor omzetting van de recreatiebestemming naar een woonbestemming. De recreatieterreinen voldoen niet aan de voorwaarden voor omzetting die de minister heeft gesteld. Hierbij is met name van belang dat alle terreinen in het buitengebied c.q. de uiterwaarden van de gemeente liggen. In de evaluatie van de Nota Handhavingsbeleid Ruimtelijke ordening, bouwen en brandveiligheid van juni 2006 is de aanpak van permanente bewoning van recreatiewoningen in deze gemeente vervolgens aan de orde gekomen. In de evaluatie is aangegeven dat er een plan van aanpak met als doel beëindiging van de permanente bewoning opgesteld moet worden. In de raadsvergadering van 27 juni 2006 is een meerderheid van de gemeenteraad echter niet akkoord gegaan met het beschikbaar stellen van het benodigde krediet voor een inventarisatie van de permanente bewoning van recreatiewoningen. Op 23 september 2008 heeft de raad vervolgens ingestemd met het beschikbaar stellen van een krediet ten behoeve van het uitvoeren van een inventarisatie van de bebouwing en bewoning op recreatieterreinen Klein Scheveningen, De Loef en De Boeg. Uit deze inventarisatie is onder meer gebleken dat er op De Loef en De Boeg op vrij grote schaal sprake is van permanente bewoning van recreatieverblijven. Uit globale inventarisaties van de overige recreatieterreinen is gebleken dat daar in wisselende mate sprake is van permanente bewoning. Hier wordt in hoofdstuk 2 uitgebreider op ingegaan.

Rechtspraak bij dit artikel