De eerste verbeurde dwangsom wordt altijd geïnd, ongeacht de reden dat er geen andere woonruimte is gevonden. De overige verbeurde dwangsommen worden niet meteen geïnd. Het feitelijk innen hangt af van het feit of de bewoner(s) binnen een termijn van zes maanden, vanaf de datum dat de eerste dwangsom is verbeurd, is (zijn) verhuisd. Het doel van het opleggen van dwangsommen is om de bewoners daadwerkelijk de overtreding te laten beëindigen en niet om zoveel mogelijk geld te innen. Er wordt druk op de ketel gehouden omdat de bewoners zelf kunnen voorkomen dat de dwangsom hoger wordt. Personen die voor het verstrijken van de reguliere begunstigingstermijn de permanente bewoning hebben beëindigd, worden door deze vorm van inning niet benadeeld.
De termijn van zes maanden gaat lopen na het verbeuren van de eerste dwangsom. Er wordt gekozen voor een termijn van zes maanden, omdat de bewoners dan nog ruim in de gelegenheid zijn om een andere woning te zoeken. Alle woningen binnen Nederland zijn hierbij passend. Bewoners krijgen iedere vier weken een brief waarin het bedrag staat dat tot dan toe is verbeurd. Na verloop van de zes maanden wordt geen uitstel van inning meer verleend. Het betreft een harde termijn. De uitzondering hierop is dat bewoners een andere woning toegezegd hebben gekregen, maar dat ze er nog niet direct in kunnen. Met schriftelijk bewijs moet worden aangetoond dat er binnen korte termijn wordt verhuisd.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.7
Inning dwangsom
Onderdeel van Beleid permanente bewoning van recreatieverblijven Gemeente Lopik 2009