Alle bovengenoemde archeologische informatie is geprojecteerd op de geologische ondergrond. Hiervoor is het beeld van de fossiele beddingsgordels en crevassen in de ondergrond zoals dat naar voren komt uit de hoogtekaart (kaart 1) met de paleogeografische informatie uit de verschillende fasen van landschapsontwikkeling (kaarten 2-4) gecombineerd. Tezamen geeft dit een beeld van de opbouw van het bodemarchief, inclusief de soms zelfs nog (gedeeltelijk) zichtbare44Vastgesteld op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). jongere stroomruggen. Detailinformatie over datering en diepte (in relatie tot huidig maaiveld) van alle beddinggordels is opgenomen en terug te vinden via het aparte legendablad.
Op deze ondergrond zijn vervolgens geprojecteerd:
Locaties van verricht archeologisch onderzoek (per soort: bureauonderzoek; booronderzoek; proefsleuven/opgraving), inclusief nummer van de melding in Archis;
Terreinen van archeologische waarde (vastgestelde vindplaatsen), inclusief monumentnummer;
Archeologische waarnemingen opgenomen in Archis (onderverdeeld naar einddatering).45Onder einddatering wordt verstaan; de jongste datering van aangetroffen sporen/resten zoals vermeld in de archeologische database Archis.
Kaart 5 geeft dus de verspreiding weer van de geïnventariseerde archeologische informatie, in relatie tot de landschappelijke ondergrond. Hierdoor ontstaat een eerste inzicht in de locatiekeuze van de prehistorische en middeleeuwse mens.
Archeologie houdt niet op bij de gemeentegrens. Daarom is buiten de begrenzing van het gemeentelijk grondgebied een bufferzone opgenomen met de Archis-informatie rondom de gemeentegrenzen.