Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Juridische haalbaarheid.

Onderdeel van LopikMEerwaard

Met het inwerking treden van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2008 hebben gemeenten en particulieren contractsvrijheid bij het aangaan van overeenkomsten over grondexploitatie. Artikel 6.24 van de Wro, het Burgerlijk Wetboek met de daarin neergelegde beginselen van verbintenissenrecht, zoals de redelijkheid en billijkheid, en afdeling 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht met de voor de gemeenten geldende algemene beginselen van behoorlijk bestuur vormen daarvoor het wettelijk kader. Een gemeente moet, gelet op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, bij het aangaan van een overeenkomst zorgvuldig de betrokken belangen afwegen en mag de bevoegdheid niet gebruiken voor een ander doel dan waarvoor ze is toegekend. De gemeente en een particulier sluiten een overeenkomst voorafgaand aan de vaststelling van een planologische maatregel (bestemmingsplan). Er is daarmee sprake van een zekere mate van afhankelijkheid van een particuliere eigenaar van de gemeente; zonder de vaststelling van de planologische maatregel krijgt de particuliere eigenaar niet de mogelijkheid de grond te bebouwen of anders te gebruiken. De gemeente mag van deze situatie geen misbruik maken door een particuliere eigenaar min of meer te dwingen onredelijk hoge financiële bijdragen te betalen of andere buitensporige verplichtingen aan te gaan. Ook onder de nieuwe Wro blijft gelden dat planologische maatregelen niet “te koop” mogen zijn. Het misbruik maken van bevoegdheden kan leiden tot vernietiging van de overeenkomst. De wetgever is ervan uitgegaan dat de gemeente en particulieren privaatrechtelijke overeenkomsten sluiten en dat slechts in het geval een privaatrechtelijke overeenkomst niet kan worden afgesloten, de gemeente door middel van het vaststellen van een exploitatieplan kostenverhaal kan toepassen (de publiekrechtelijke weg). In de nieuwe Wet ruimtelijke ordening wordt het primaat bij het privaatrecht gelegd. Het sluiten van een anterieure overeenkomst (de privaatrechtelijke overeenkomst voordat een planologische maatregel wordt genomen) heeft voor zowel de gemeente als voor de particulier een aantal voordelen. De gemeente en particuliere eigenaar krijgen in een vroeg stadium in het proces helderheid en zekerheid over de ontwikkeling. Met zo’n overeenkomst kunnen de gemeente en de particuliere eigenaar maatwerkafspraken maken. In deze nota is een duidelijk beleid geformuleerd en door dat toe te passen wordt ingeschat dat de gemeente geen onzorgvuldig handelen of misbruik maken van bevoegdheden kan worden verweten en dat af te sluiten overeenkomsten bij een rechtelijke toets in stand zullen blijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel