Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Doel van de gebiedsontwikkeling.

Onderdeel van LopikMEerwaard

Doel van de ontwikkelingsplanologie (hierna te noemen gebiedsontwikkeling) is zeer kort samen gevat het volgende: Door op een bepaald perceel ontwikkelingen mogelijk te maken, de kwaliteit van de bebouwingslinten en/of het landschap van onze gemeente te verhogen. De kwaliteiten van het buitengebied van onze gemeente zijn meer dan genoegzaam bekend. In deze notitie zullen wij deze niet nog eens uitvoerig beschrijven. Wij verwijzen slechts naar reeds eerder vastgestelde beleidsstukken als: Het bestemmingsplan Landelijk Gebied, waarin in de toelichting een beschrijving is gegeven van het gebied. De welstandsnota, waarin de karakteristiek van het buitengebied van onze gemeente is omschreven en waarin de welstandscriteria zijn opgenomen. Het Landschapsontwikkelingsplan Groene Driehoek en de uitwerking in het Handboek groene bebouwingslinten in de Utrechtse Waarden. Op de omslag van deel 2 van het Rapport Linten in de Leegte, Handboek groene bebouwingslinten in de Utrechtse Waarden is het volgende opgenomen: “Nu nog zien we die groene, oorspronkelijke structuren en met aandacht ingerichte erven. De linten zijn nog steeds de plekken waar buitenmensen wonen, werken, recreëren en waar natuur en landschap is. Met nieuwe buitenbewoners en een wereldeconomie, die schreeuwt om aandacht, veranderen de linten snel. Het is de kunst om deze dynamiek met nieuwbouw en snelle ontwikkelingen te realiseren met respect voor de streekeigenheid, die er al veel langer is. En zoals bomen het erf met bebouwing verbinden met het landschap, blijven wij verbonden met de streek.” “Linten in de leegte is een inspiratiebron voor iedereen, die woont in het buitengebied van de Utrechtse Waarden. Het wil de oorsprong van de streek laten zien, het vroegere en het huidige gebruik ervan en de vaak prachtige groene inrichting. Het boek laat de lezer zien wat streekeigenheid is. Foto’s en schetsen van bestaande bouwwerken en groene erven helpen om de erven in het lint te begrijpen. De meeste principes voor inrichting zijn namelijk logisch en eenvoudig. Door dit boek te bekijken en langzaam verder te lezen, zal het spreekwoordelijke boerenverstand zich vanzelf verder ontwikkelen” Vooral het “spreekwoordelijke boerenverstand” spreekt ons aan. Zonder dat zaken in allerlei regels zijn vast gesteld, kan je soms op “je klompen aanvoelen” dat een bepaalde ontwikkeling goed is voor de kwaliteit van de bebouwingslinten. Indien dat gevoel aanwezig is, dient er wat ons betreft medewerking aan een dergelijke ontwikkeling te worden verleend en dan dienen we ons niet te laten weerhouden door regels, die dat onmogelijk maken. Goede initiatieven, die positieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van het gebied, dienen mogelijk gemaakt te worden. Op deze manier blijft er dynamiek in het buitengebied en die is nodig omdat de traditionele drager van de economie van het buitengebied, die agrarische sector, aan kracht inboet. Deze nota probeert “handen en voeten” te geven aan dit beleid, waarbij gewaakt moet worden dat door het stellen van allerlei regels een keurslijf ontstaat, die ontmoedigend werkt voor initiatieven. De overgang van toelatingsplanologie naar gebiedsontwikkeling betekent vernieuwing. Deze ontwikkeling vergt veel van partijen en vraagt een rolverandering van alle betrokken partners. Voor alle betrokkenen geldt dat zij aan het leren zijn. Dat betekent dat er ook geëvalueerd moet worden. Vanaf nu willen wij ons richten op ontwikkelen en minder op het beheersen. Wel willen wij het behoud en de ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden waarborgen zonder een woud aan regels en voorwaarden op te nemen. Dat vraagt een verandering in denken en vertrouwen in initiatiefnemers. Teneinde te voorkomen dat er sprake is van willekeur, dienen er wel kaders te worden gesteld. Die kaders zijn ook bedoeld om met de andere overheden overleg te voeren over haalbaarheid van plannen. Wij realiseren ons dat in een aantal gevallen afgeweken zal worden van het tot op heden vastgestelde beleid. Wij vinden dat wij de ruimte moeten krijgen om te experimenteren met het nieuwe beleid, met als doel verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit, is een subjectief begrip. Teneinde dit begrip te objectiveren, zijn er spelregels nodig. In deze nota worden de spelregels gegeven, zonder dat concrete uitkomsten worden geboden. Wij hebben ons bij het opstellen van deze nota sterk laten leiden door het beleid dat is vastgesteld in de provincie Limburg en is aangeduid als: Verhandelbare Ontwikkelings-Rechten-methode (VORm). Bouwkavel op Maat plus (BOM+) Contourenbeleid (VORm)

Rechtspraak bij dit artikel