Naar hoofdinhoud

Artikel 4.b.

Balans tussen ruimtelijke kwaliteit en nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden.

Onderdeel van LopikMEerwaard

De ruimtelijke ontwikkeling van het platteland staat onder druk. De aandacht is gericht op behoud en versterking van de sociaal-economische vitaliteit van het platteland en de leefbaarheid van de dorpskernen. Dit uit zich bijvoorbeeld in de wens tot ruimere toelatingsmogelijkheden voor nieuwe economische dragers in het buitengebied (recreatieve voorzieningen, nieuwe bedrijvigheid) of het mogelijk maken van verbrede landbouw. Anderzijds is het ook niet de bedoeling dat het platteland ongecontroleerd wordt volgebouwd. Meer bebouwing doet immers afbreuk aan het open karakter van het buitengebied en druist vaak ook in tegen de belangen van natuur, ecologie en waterhuishouding. Voor de ruimtelijke inrichting van het platteland levert dat een spanningsrelatie op. Een balans moet daarom worden gevonden tussen enerzijds het behouden en ontwikkelen van de kwaliteiten en potenties van het landelijk gebied en anderzijds de bebouwingsmogelijkheden die daarbij horen. Sommige delen van het landelijk gebied zijn zo waardevol, dat het wenselijk is dat daar zware beperkingen blijven gelden voor bouwactiviteiten en/of functieverandering. Maar in andere minder waardevolle gebieden zou een versoepeling in de bebouwingsvoorschriften mogelijk moeten zijn. Deze nota stelt daarvoor spelregels op, die in het vervolg worden vertaald in toetsingscriteria. Uitgangspunt is: “geen tegenprestatie voor aantasting van de omgevingswaarden betekent geen ontwikkelingsruimte” (“voor wat hoort wat”).

Rechtspraak bij dit artikel