Naar hoofdinhoud

Artikel 6.d.

Gebieden, waar het instrument van gebiedsontwikkeling niet kan worden toegepast.

Onderdeel van LopikMEerwaard

Kernwoord in de gebiedsontwikkeling is, zoals hiervoor al is aangegeven, kwaliteit. Het instrument wordt ingezet om de kwaliteit van het landelijk gebied te verbeteren. Die kwaliteit kan heel divers zijn. Handhaving of verbetering van de kenmerkende openheid; versterking van het bebouwingslint; het geven van zinvolle bestemmingen aan vrijkomende (agrarische) bedrijfspanden; herstel of verbetering van natuurwaarden, etc. Het kenmerkende open weidegebied dient in stand te blijven. Het vastgestelde bestemmingsplan Landelijk Gebied biedt daarvoor voldoende waarborgen. Het gehele gebied van onze gemeente (inclusief de uiterwaarden) buiten de bebouwingslinten komt niet in aanmerking voor de gebiedsontwikkeling omdat de daar aanwezig kenmerkende openheid in stand moet blijven. Het slopen van in dit gebied aanwezige bebouwing (b.v. veldschuren) is uiteraard mogelijk. Uiteraard kunnen ter compensatie van ontwikkelingen in het lint in het open landelijk gebied wel natuurprojecten worden gerealiseerd. In de bebouwingslinten, die niet zijn genoemd onder 6b kan het instrument worden toegepast. In de bebouwingslinten genoemd onder 6b (zeg maar de (zeer) smalle wegen) worden geen andere activiteiten toegestaan. Wel is het mogelijk dat storende bebouwing in die linten wordt gebruikt als compensatie voor activiteiten, die in de andere linten worden ondernomen. Langs genoemde smalle wegen zijn nog voldoende storende situaties aanwezig, waarbij een forse kwaliteitslag kan worden gemaakt indien deze worden gesaneerd. Te denken valt aan herstel van doorzichten. Conclusie. In het open landschap kunnen initiatieven niet worden gehonoreerd. Zoals hiervoor reeds is aangegeven kan een verzoek om het instrument van de gebiedsontwikkeling toe te passen, in behandeling worden genomen als uit de onder a t/m d genoemde toetsen blijkt dat er geen belemmeringen zijn.

Rechtspraak bij dit artikel