Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Indien er geen tegenprestatie wordt geboden en er is reden om toch mee te werken aan het initiatief, wat zijn dan de mogelijkheden?

Onderdeel van LopikMEerwaard

Zoals hiervoor is aangegeven wordt van initiatiefnemers verlangd dat er een tegenprestatie wordt geleverd. Dat kan b.v. zijn in de aanleg van nieuwe natuur, het saneren van storende bebouwing in het lint. Er kunnen zich situaties voordoen dat deze tegenprestatie niet geboden of onvoldoende kan worden geboden, terwijl er toch redenen zijn ( b.v. economische motieven) om door te gaan met het initiatief. Is daar sprake van dan kan het niet zo zijn dat een initiatiefnemer in een economisch voordeliger situatie terecht komt dan iemand, die zich op het bedrijventerrein (binnen de contour) vestigt. Door de provincie Limburg zijn daarvoor rekenmodellen opgesteld, die wij integraal willen overnemen. Zoals aangegeven zal er eerst altijd een positieve planologische beoordeling moeten hebben plaatsgevonden. Ter ondersteuning van deze beoordeling is een drietal rekenmodellen ontwikkeld welke bruikbaar zijn om waardestijgingen c.q. waardedalingen als gevolg van bestemmingswijzigingen op objectieve (meetbare) en marktconforme (vergelijkbare) wijze te kunnen beoordelen. De uitgangspunten bij het gebruik van de rekenmodellen zijn: Het rekenmodel is een meetinstrument om op geobjectiveerde wijze de hoogte van de tegenprestatie te bepalen. Bouwen buiten de contour mag nooit voordeliger zijn dan bouwen binnen de contour. Voor de inbrengwaarde van gronden dient de grondwaarde van de huidige bestemming als uitgangspunt. De opbrengsten worden beoordeeld aan de hand van actuele marktgegevens. De beoordeling van bouwkosten geschiedt aan de hand van normkosten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kleinschalige (woning)ontwikkeling en de projectmatige ontwikkeling. Er is sprake van een gedifferentieerde hoogte van de tegenprestatie tussen de modellen. Maatwerk en uitzonderingen zijn mogelijk. De door de provincie Limburg ontwikkelde modellen zijn als bijlage 6 aan deze nota gehecht. Het betreft de navolgende modellen: Model voor kleinschalige particuliere initiatief. Model voor projectmatige ontwikkeling. Model uitbreiding particulier bedrijfsterrein.

Rechtspraak bij dit artikel